Preken 2018

Preek 9 december - E.P. Tiemen Brouwer O.P.

johannesdedoperOp een heel precies moment in de geschiedenis is het gebeurd: in het 15de regeringsjaar van de keizer Tiberius (voor ons het 27ste jaar van onze jaartelling), in de tijd, dat Pilatus landvoogd was over Judea, - Herodes was koning over Galilea, - in dat precieze tijdsgewricht kwam Gods woord vanuit de eeuwigheid de tijd binnen en legde beslag op Johannes. De Doper zal hij worden genoemd.
Johannes werd er op uitgestuurd om een heel bepaalde opdracht te vervullen: de harten van zijn volksgenoten te reinigen en klaar te maken, opdat ze, met een gezuiverd hart, Degene zouden ontvangen, wiens voorbode hij was: de langverwachte Messias, de gezondene van de Vader bij uitstek, Gods veelgeliefde Zoon, luistert naar Hem!

Beste mensen, was er dan zoveel te reinigen en voor te bereiden, voorafgaande aan de komst van Gods Zoon op aarde, dat er een aparte profeet voor moest worden aangesteld die de mensen opriep tot bekering en uitnodigde het Jordaanwater in te stappen als zichtbare uitdrukking, dat ze van hun zonden verlost waren en nieuwe mensen geworden? Hetzelfde kunnen we ons afvragen voor onszelf: is er dan zoveel te reinigen en weg te nemen in deze voorbereidingstijd van de Advent, opdat we Gods komen-op-aarde in het Kind van Bethlehem a.s. Kerstmis, met een gezuiverd en ontvankelijk gemoed, in ons kunnen opnemen?

Laten we onze harten eens nagaan en onderzoeken! Natuurlijk, theoretisch zijn we allang gereinigd en het water ingegaan toen we de genade van het doopsel hebben ontvangen. Voor de meesten van ons is dat gebeurd, toen we nog jong waren en onze ouders ons naar de doopvont hebben gebracht. Maar de laatste tijd zien we het best vaak gebeuren, dat volwassenen gedoopt worden, nieuwe gelovigen, nieuwe katholieken (heten ze ook wel!), vaak met een achtergrond, die helemaal vervreemd was van het geloof of voor wie het tot een kerk behoren soms al generaties lang in de familie niet meer beleefd werd! Toch, ze werden door God geraakt en vroegen om gedoopt te worden. In beginsel dus zijn we allang gereinigd door ons doopsel, maar wat is er daarna al weer niet gebeurd in ons leven, dat we moeten zeggen: als ik mezelf onderzoek, als ik inkeer in mijn binnenste, dan is er heel veel te ontdekken, dat een oppoetsbeurt hard nodig heeft; dat vraagt om verwijderd te worden, want het houdt me in de ban van schuld en kwaad, ik moet ervan bevrijd worden, wil ik (weer) in het volle licht komen te staan van Gods aanwezigheid, wil ik, - naar de woorden van de apostel in de 2de Lezing uit de Filippenzenbrief, - vandaag ongerept en onberispelijk zijn, stel, dat morgen de Dag van Christus zou komen.

Hoe doe je dat, je eigen hart onderzoeken? De weg is natuurlijk: laat je aanspreken door Johannes, de boeteprediker! Net als de mensen toen bij de Jordaan, kunnen ook wij hem vragen: wat moeten we doen? Johannes werd op die vraag even heel concreet (het staat enkele verzen verderop te lezen in het Evangelie van Lukas): wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen. Belastinginners: niet meer vragen dan is vastgesteld en soldaten: niemand uitplunderen of afpersen; tevreden zijn met je soldij. (Lk.3, 10-14)evangelie lucas
Het is wel duidelijk: hij zou nooit tot zoiets hebben opgeroepen, als hij niet het tegendeel om zich heen gezien had: Mensen die er heel warmpjes bij zitten en lopen in hele dikke, dure kleding, goed beschermd tegen de vrieskou en een ander met alleen een dun hemdje aan, die loopt te rillen. Of in sommige huizen en paleizen mensen die iedere dag een 4,5 gangenmaaltijd hebben (er waren zelfs zulke verdorven Romeinen, die na de maaltijd met een pauwenveer het achterste van hun keel kietelden om wat ze gegeten hadden uit te braken, zodat ze meteen weer een nieuwe maaltijd tot zich konden nemen!) en tegenover deze geraffineerde genieters anderen met slechts een kleine prak voor zich, meer kunnen ze niet bekostigen. Wat onze tijd betreft, we weten maar al te goed, dat er miljoenen kinderen op de wereld zijn, die honger lijden! En dan die belastinginners, tollenaars heetten ze toen - Johannes kende ze maar al te goed -: die wanneer ze rondgingen om de belasting voor de Romeinen op te halen, er wel voor zorgden dat (in termen van onze tijd uitgedrukt) hun eigen bankrekening steeds aardig gespekt werd. En zo kunnen we doorgaan. Wel, de prediking van Johannes was, dat God in zijn barmhartigheid al dat schaamteloze gedrag als met een spons in één veeg zou uitwissen, wanneer de bedrijvers ervan tot bekering zouden komen, wanneer ze het Jordaanwater zouden ingaan en een nieuw gedrag zouden aannemen. En we weten: héél velen hebben dat gedaan, grote zondaars, kleine zondaars (ook enkelen van de apostelen) en ze rezen op uit het water als nieuwgeboren mensen. Ook Jezus zelf was onder hen, maar Johannes protesteerde en zei: niet ik moet U dopen, maar Gij mij!

Je eigen hart onderzoeken: behalve met de oproep van Johannes kun we ons ook een spiegel laten voorhouden door de woorden van Jezus zelf, als hij zegt: niet wat de mond ingaat verontreinigt de mens, maar wat er uit zijn hart komt. Uit het hart komen voort boze gedachten (zoals kwaad denken over anderen, altijd maar oordelen), moord, echtbreuk, ontucht, valse getuigenis, diefstal, godslastering. Nee, waarschijnlijk zult u echt geen moord hebben gepleegd, maar ook woorden kunnen dodelijk zijn (en ook bestaan er dodelijke blikken!) en misschien is het echt niet tot een scheiding gekomen in uw huwelijk, maar een gebrek aan een liefdevolle attentie op z’n tijd, of een begripvol of meelevend woord of gebaar naar de partner, kan tot gevolg hebben, dat op den duur harten verkillen en zich van elkaar verwijderen. Durf ik me die spiegel van het evangelie laten voorhouden en daar in te kijken, of heb ik een waas voor de ogen, welke verhindert mezelf naar waarheid te onderzoeken en dan te ontdekken, hoezeer ik lijk op die farizeeër voorin de tempel, die zich op de borst sloeg en zei: kijk eens, hoe goed ik ben! God mag wel tevreden over mij zijn! De houding van de tollenaar achter in de tempel daarentegen, die zijn ogen zelfs niet durfde oprichten en alleen maar zei: Heer, wees mij zondaar genadig, die staat ver van me af! En toch, het gebed van deze laatste werd verhoord!
Het gaat er om, dat we het berouwvolle en verootmoedigd gedrag van de tollenaar overnemen, want alleen zo zullen bergen van de hoogmoed geslecht worden en de dalen van een te materialistische levensstijl gevuld. Alleen zo zal Kerstmis een feest van herkenning worden: God kent de zijnen en de zijnen kennen Hem. Het zal het feest worden van de ontmoeting van eeuwigheid en tijd, van Gods Woord en mensenwoord, van God en mens. Maar dan wel de mens die heeft willen buigen, die zich klein heeft willen maken, zich bewust van zijn zwakheid en schuld, maar overgelukkig, dat hij in de liefde en barmhartigheid van God is opgenomen en mag leven in het licht.

flippenzenTenslotte: in de tweede lezing hoorden we, hoe Paulus bidt voor de Filippenzen, aan wie hij zijn brief richt. Dit is mijn bede, schrijft hij: moge uw liefde steeds rijker worden aan inzicht en fijngevoeligheid om te kunnen onderscheiden waar het op aan komt.
Wel, het grote geheim van Kerstmis is, dat Gód tot zo’n grote fijngevoeligheid in zijn liefde voor ons mensen is gekomen, dat Hij zijn godheid aflegde en de gedaante van een klein, teder mensenkind aannam. Het is dit gebeuren, dat in staat is de meest verstokte zondaar te vermurwen en zijn hart te laten smelten voor zoveel goedheid! Geen groter liefde is er denkbaar.
AMEN.

Afdrukken E-mail