Preek 16 september - E.H. Bart Putter - Bisdom Haarlem-Amsterdam

Vandaag horen we een bijzondere eerste lezing: „Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen, mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten en mijn gezicht heb ik niet afgewend van wie mij smaadden en mij bespuwden.” Een tekst waarbij je je afvraagt wat je daarmee kunt. Zo in het dagelijks leven. De eerste zin van de lezing is misschien wel het belangrijkst: „De Heer heeft tot mij gesproken en ik heb mij niet verzet, ik ben niet teruggedeinsd.” jesajaJesaja – die grote profeet van het oude Israël, niet geliefd omdat hij de waarheid sprak – weet namens wie hij spreekt. Hij is bevlogen, geïnspireerd, en laat zich door niemand tegenhouden. Hij strijdt voor de goede zaak. Ook wij mogen die overtuiging hebben, tegenover anderen, we mogen trots zijn op ons geloof. Een trots die u ongetwijfeld in vele kerken hier in Rome terugziet. Maar ook in ons eigen leven mogen we ons door God gesteund weten. Hij is aanwezig, hij heeft een rol in ons leven.

Want dat geloof, de reden dat we tenslotte hier bij elkaar in de kerk zitten, moet een rol spelen in ons leven. Jakobus, de auteur van de brief waaruit we hoorden in de tweede lezing, kan heel concreet en confronterend zijn. Vorige week hoorden we dat we geen onderscheid mogen maken tussen personen vanwege hun bezit of uitstraling, dat armen recht hebben op een even goede plaats in ons gezelschap als rijken. Vandaag horen we dat je niet zomaar kunt zeggen dat je gelovig bent. Dat je bij de kerk hoort. Je moet dat in daden laten zien. Tegen een broeder of zuster in nood kun je niet zeggen: „Geluk ermee!”, en dan doorlopen. Geloof zonder daden is dood. Geloof is meer dan één keer per week in de kerk zijn, en genieten van de liturgie en de mooie gezangen. Dat is ook iets, maar het moet een uitwerking hebben op heel ons leven, ook doordeweeks. In onze relatie met anderen, in onze hulp aan de naasten, maar ook concreet in hoe wij met elkaar omgaan, in hoe wij leven.

Vandaag wordt Petrus uitgemaakt voor satan. Die grote Petrus tot wiens eer de St. Pieter st pieter romehier is gebouwd. Die was ook niet meteen de volmaakte volgeling van Jezus, blijkbaar. Jezus wijst hem duidelijk zijn plaats hoewel Petrus alleen het beste met hem voorhad. Jezus vertelde dat hij ter dood gebracht zou worden door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden. En dat wilde Petrus niet. Hij begreep dat niet, net zomin waarschijnlijk als de andere leerlingen en apostelen. En Petrus neemt Jezus dan terzijde en wijst Hem erop dat dat toch niet mag gebeuren.

Het christendom vraagt van ons dat wij anders door het leven gaan dan de mensen om ons heen. Dat wij anders omgaan met lijden en problemen. Zoals Jesaja zijn rug aanbood aan degenen die hem sloegen.
En dat kan best moeilijk zijn. Als mensen vragen we altijd >waarom<
Het antwoord van Jezus lijkt een antwoord waarmee wij niet meteen iets kunnen: ons kruis opnemen en Jezus volgen. Ons leven verliezen om het te redden. De reactie van Petrus is zo menselijk, zo gewoon. En toch wijst Jezus hem af. En daarmee wijst Jezus ons een richting om te zoeken naar een antwoord op onze waarom-vragen. Eén van de pijlers van het christendom is het opnemen van het kruis, het verdragen van lijden, het >de andere wang toekeren<, en niet alleen denken aan eigen welzijn of vergelding.

God ziet het lijden anders, ziet het leven anders, dan wij zouden doen. Een concreet antwoord zoals we dat misschien graag zouden willen horen op de vraag naar de zin van het lijden, is er niet. Maar we zien dat God betekenis kan geven aan het lijden. Het lijkt misschien zinloos, maar God kan er zin aan geven, zoals hij zin gegeven heeft aan het lijden van Christus zelf. Dat was ook geen zinloze dood. Hij stierf niet als mislukte revolutionair, maar als Verlosser van de mensen.

Ook ons lijden kan bij God zin hebben. Wanneer wij ons zo aan Hem over kunnen geven, wanneer we vertrouwen op Hem, dan kunnen we ontdekken wat God met ons voor heeft. Gemakkelijk zal dat niet zijn, maar alleen in die overgave vinden wij de kracht om positief verder te gaan, anders zien we geen uitweg meer en kunnen we verbitterd raken, in onszelf opgesloten. Maar wanneer we ons in Gods hand durven leggen, durven zeggen >doet u maar wat u wilt< dan kunnen we verder.

Ook wanneer we het misschien nog niet helemaal begrijpen. Ons grootste voorbeeld daarin was misschien wel Maria: al bij de opdracht van Jezus in de tempel kreeg ze te horen dat haar ziel door een zwaard doorboord zou worden. We vereren haar niet voor niets ook als "Onze Lieve Vrouw van Smarten"Onze Lieve Vrouw van Smarten - gisteren op 15 september vierde de kerk haar feest. En het bekendste beeld daarbij is natuurlijk wel hoe zij onder het kruis van haar Zoon stond.
Ook zij zal zich afgevraagd hebben: "Waarom?" Maar ze offerde haar lijden op. Door het geduldig te verdragen, maar vooral door het te verenigen met het lijden van haar zoon, kreeg haar lijden zin. Ook wij worden opgeroepen om ons lijden, lichamelijk of geestelijk, te verenigen met het verlossende lijden van Christus. Het zal de pijn niet verzachten, maar het bewustzijn dat we niet zinloos lijden zal ons helpen.

Ook al krijgen we misschien geen direct antwoord op onze waarom-vragen, we mogen erop vertrouwen dat Jezus ons wil bijstaan. Hij laat ons niet alleen bij het dragen van het kruis, de weg die hij immers zelf ook gegaan is. Dat is wat we in iedere Eucharistieviering gedenken, wat we vieren: het lijden van Christus, de volledige overgave van Jezus voor ons. We mogen erop vertrouwen dat God weet wat lijden is, dat hij met ons begaan is. Ook wanneer we zelf er misschien de zin niet van inzien, wanneer we denken erin ten onder te gaan, mogen we vertrouwen op de Jezus in de Eucharistie, die als geen ander weet wat we doormaken.

Afdrukken E-mail

Archief 2019