Preek 12 augustus - E.P. Tiemen Brouwer O.P.

Elia, de grote krachtpatser
Elia had zich een grote krachtpatser getoond. Hij had een staaltje van durf en moed laten zien. Het had lange tijd niet geregend en hij zou eens laten zien wie de ware God was op wie je kunt bouwen. Hij stond daar alleen, als enige JHWH-getuige tegenover 450 profeten van de god Baal en 400 van diens gemalin,asjera2 de godin Asjera, - de buitenlandse religie, die de vrouw van koning Achab, Izebel, in Israël had binnengebracht. Het geloof in JHWH, Israëls God, dreigde door die cultus in het noordelijker deel van Israël geheel te worden verdrongen! We kennen het verhaal: er werd een altaar opgericht op de Karmelberg, de belangrijkste berg in het noordrijk. De profeten van Baal begonnen te roepen en te schreeuwen, begonnen zich het lichaam tot bloedens toe te kerven, want daar ging het om: dat er uit de hemel vuur op het altaar zou komen, om het offer daarop te verteren. Maar hoe ze ook riepen en schreeuwden, er gebeurde niets.
Toen was het de beurt van Elia. elia wolkEn het wonderlijke is: hoezeer hij ook een nummertje zou weggeven van overmacht en bravoure, - hij liet zelfs op het altaar tot drie keer toe water gieten om zo de moeilijkheidsgraad van het wonder te verhogen, - uiteindelijk was de kern van zijn optreden geen vertoon en indrukmakerij, nee, hij nam zijn toevlucht tot een diep, innig, stil gebed tot God JHWH: ‘geef antwoord Heer, geef antwoord, opdat dit volk erkent dat gij de ware God zijt, keer zo hun hart weer tot u’. Dit intieme gebed vol bezorgdheid om het volk dat zich had afgewend, werd verhoord. Het vuur sloeg in. Daarna klommen Elia en zijn dienaar de berg Karmel op om te kijken of de bewolking kwam opzetten. Ja hoor, na zeven keer vanaf een nog hoger punt gekeken te hebben, zag de dienaar heel ver weg een wolkje komen, het werd groter en groter en het kwam zelfs tot een enorme stortbui, dat ieder moest vluchten. Elia was de grote held, de grote bevrijder. Hij was alle 450 Baalprofeten de baas geweest. Ze werden afgeslacht, een voor een. Het bloed kleurde de beek Kidron rood.

Begrijpelijk, dat Izebel, de koningin, diep was gekrenkt: het waren haar profeten, van het geloof uit haar land afkomstig! Ze geeft bevel aan een bode: die moest Elia gaan opzoeken en hem zijn doodvonnis meedelen: binnen 24 uur zal zijn lot hetzelfde zijn als dat van de profeten van Baal!
En dan zien we iets heel eigenaardigs, de grote anticlimax: de man die honderden profetenmannen van de afgod had weerstaan, - er hoefde maar één vrouw haar stem te verheffen, of hij begon te beven als een riet. Waar bleef zijn vertrouwen op JHWH? Hij wordt bang en slaat op de vlucht, gaat de woestijn in.

Hij komt zichzelf tegen in zijn schepselijke fragiliteit
Zo komen we bij de perikoop van deze zondag. Moe en uitgeput legt Elia zich neer onder een bremstruik en valt in diepe slaap. Hoe herkenbaar dit gebeuren! Een mens die geweldige dingen heeft gepresteerd, stort daarna in elkaar. Hij heeft al zijn krachten verbruikt, het wordt hem allemaal te veel, hij kan het niet meer aan: de terugslag! Wie bovenmenselijk bezig is geweest komt uiteindelijk toch weer zichzelf tegen: de mens in zijn kleinheid en zwakheid, in zijn fragiele schepselijkheid. Maar het wordt een slaap, die hem hernieuwd op adem doet komen: God brengt hem er toe, alle ijdelheid, overmoed en eigendunk, die er waren, af te leggen en, herboren, weer nieuw te beginnen en zich als een kind, dat door z’n vader bij de hand wordt genomen, te laten leiden. Een engel stoot Elia aan, een keer, twee keer. Deze ontwaakt! Elia ziet een stuk brood, - een koek -, naast hem liggen en een kruik water. Dit brood, om niet gegeven, - het ligt er zomaar, - zal hem in staat stellen 40 dagen en nachten aan een stuk te lopen om bij de berg Gods, de Horeb, uit te komen en daar God te zien: niet in grote verschijnselen als storm en aardbeving (herinnerend aan de huzarenstukjes, die kort daarvoor nog waren geleverd bij de Karmel), maar in het zachte suizen van een bries. God zit niet in de grootse verschijnselen, maar gaat een intieme relatie met de mens aan, spreekt tot hem in een zacht windje en gaat zo met ons mensen mee de toekomst in.

Het Eucharistisch stukje brood
Beste mensen, dat stukje brood, dat Elia zomaar vond en dat hem zo’n kracht gaf, dat doet in alles denken aan het stukje brood, dat wij kennen in ons christelijk geloof en dat verstrekt wordt in de Eucharistische maaltijd. brood handenOm het te ontvangen zullen ook wij alle krachtpatserij moeten afleggen, iedere vorm van eigendunk, van ‘wat doe ik het geweldig’ moeten wegdoen, om terug te gaan naar onze kern, naar de bodem van onze ziel, waar we hulpeloos voor God staan in onze fragiele schepselijkheid. Dat ‘wegdoen van teveel eigendunk’, gebeurt dat niet telkens aan het begin van de Eucharistie? In iedere Viering opnieuw wordt begonnen met de schuldbelijdenis, het bekennen van zondigheid: Heer, ik ben zwak geweest, ik heb vergeving nodig. We worden uitgenodigd telkens te beginnen met onszelf onder ogen te zien, te kijken in ons hart. Paulus reikt in de tweede lezing de woorden aan hoe onze gesteltenis moet zijn aan het begin van de Eucharistische maaltijd. Hij schrijft: wrok, gramschap, toorn, geschreeuw en gevloek, kortom alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen, weest goed voor elkander en hartelijk en vergeeft elkaar zoals God u wil vergeven in Christus. Zoals Barbarossa, toen hij naar Canossa ging om daar de paus te ontmoeten, in boetegewaad naar die ontmoeting ging, zo moeten we de Eucharistie ook (even, voor een moment) in boetegewaad binnen gaan. Maar dan meteen het verlossende, bevrijdende woord, dat klinkt in de lezingendienst en vooral in de Evangelielezing: Nemen we de luisterhouding aan. We horen Jezus dan spreken zoals hij sprak tot de menigten in Palestina. Zeggen we met Petrus: naar wie zouden wij gaan, u Heer hebt woorden van eeuwig leven! We proberen ons leven te begrijpen als dat van kind van God, aan wie de vergevende liefde Gods door Jezus is aangezegd. We worden opgeroepen onze plannen te zuiveren, edelmoediger te zijn, meer christen, meer de Geest te volgen.
Zo voorbereid door het verkondigende Woord, kunnen we waardig het brood ontvangen, waar de woorden over werden uitgesproken: ‘dit is mijn lichaam’, ‘neemt en eet’, eveneens over de wijn, ‘dit is de beker van mijn bloed’: Jezus - het levende Brood, dat uit de hemel is neergedaald, - wordt ons, zomaar om niet, gave Gods bij uitstek, mysterie van het geloof, ter nuttiging aangeboden.

De stille revolutie van 2000 jaar
Ter voorbereiding van deze preek las ik een preekcommentaar van Enzo Bianco, een pater Salesiaan, theoloog en journalist, die gepubliceerd heeft over velerlei catechetische onderwerpen. Hij legt de uitdrukking uit: de Eucharistie maakt de Kerk.Kelk en Hosties 1Hij schrijft dan over de stille revolutie, die al 2000 jaar in de wereld bezig is. Revoluties zijn er altijd geweest in de geschiedenis en nog steeds, gewelddadig, gebaseerd op aanmatiging en trots, op wapengeweld, op slachtingen aanbrengen en daarna kwam de mislukking. Het recht dat moest komen, werd een nieuw onrecht. De mensheid was weer een desillusie rijker!
Maar de stille revolutie, die al 2000 jaar bezig is presenteert zich in een eenvoudig stukje brood, door de Vader aan ons gegeven: de weerloze, ongewapende Christus, geleden, gestorven en verrezen. Geen gebeuren met opzienbarend wapengekletter, met vertoon en macht, met extreme middelen, maar in de intimiteit van het hart vindt de Godsontmoeting plaats, wordt de mens door het brood, dat Jezus zelf is, op vredelievende wijze van binnen veranderd, ontwapend, ontvangt hij zichzelf als nieuw uit Gods hand, in iedere Eucharistie weer.

Tenslotte op het einde van de Mis de wegzending: Ite missa est! We worden op pad gestuurd, naar onze broeders en zusters, naar onze vrienden, de wereld in, om wat gerijpt is in de Eucharistische ontmoeting het leven van alledag binnen te dragen.

Elia kon 40 dagen en nachten aan een stuk lopen na de koek tot zich genomen te hebben en uit de kruik gedronken te hebben. Wij hebben, er op uit gestuurd, nog een lange weg te gaan (honderden kilometers) – voor wie jong is! -, of een hele korte weg (nog maar een paar kilometers) – wie al op leeftijd is! -, maar om uiteindelijk bij ónze Horebberg uit te komen, waar we God in zijn eeuwigheid hopen te ontmoeten. Het Brood van Eeuwig Leven geve ons de kracht!

Amen.

Afdrukken E-mail