Preek 21 januari - E.P. Tiemen Brouwer O.P.

rijkBroeders en zusters, Jezus predikt dat het Rijk van God nabij is en zegt dan: bekeert u en gelooft in de blijde boodschap. Als het om een aards rijk gaat, dan weten we wel wat ermee bedoeld wordt met het woord ‘rijk’. We denken dan aan een territorium, aan een bestuursmacht, aan onderdanen, zoals: het Koninkrijk der Nederlanden, Frankrijk, Oostenrijk en zo zijn er zovele andere landen/staten met een territorium, met een bestuurlijk centrum, met onderdanen, waar dan wel niet het woord ‘rijk’ in de naam van het land voor komt: Duitsland b.v. of Zweden, het enorme Rusland, of ministaatjes, Andorra, Cyprus, noem maar op, maar het zijn weldegelijk ook ‘rijken’. Velen van deze rijken en rijkjes, staten en staatjes, vormen samen dikwijls weer grotere eenheden met gezamenlijke regels en wetten, neem b.v. onze eigen Europese Unie. Steeds gaat het om entiteiten met welomschreven grenzen, een afgebakend territorium, een bestuurlijk centrum en bewoners, die hun rechten en plichten hebben en leiding nodig hebben.

Als het om het Rijk van God gaat, dan komt onmiddellijk op, dat het in ieder geval niet om een afgebakend, begrensd territorium gaat, een welomschreven gebied, nee, het is juist zonder grenzen, zonder afbakening: we hoeven maar te denken aan de uitdrukking in een van de psalmen: “van U is de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wie er woont”. Gods rijk is rijkvangod2onbegrensd, is uitgestrekt over heel de wereld, - ja, omvat het hele universum. Aan God hoort alles toe, maar dan komt de vraag, kwestie: wie behoort aan God toe? Dan praten we over de levende mens. Wie leeft naar Gods hart en naar de bedoelingen, de wet, die God ooit in ons binnenste heeft gelegd? Wie worden bedoeld als we praten over ‘kinderen van God’?

Toen de woorden door Jezus over het nabije koninkrijk van God werden uitgesproken, werden ze beluisterd door groepen mensen, die waren samengestroomd aan de oever van het meer of elders in het land van Galilea. Vast waren er onder die toehoorders enkelen, die weldegelijk al leefden naar Gods hart, - Jezus zal ze opnoemen in de zaligsprekingen: armen van geest, zuiveren van hart, zalig de barmhartigen, maar voor de grote meerderheid zal het anders zijn geweest. Leven naar Gods hart was vast wel een ideaal voor hen in het verschiet, maar er was eerst nog genoeg –om zo te zeggen - op te ruimen en weg te doen in hun wijze van leven, voordat zij mensen zouden zijn geworden naar Gods bedoeling en leiding! Vooral voor deze grote groep mensen was dan ook meteen na de verkondiging van ‘het Rijk van God’ dat nabij is, de oproep bedoelt: ‘bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap’ (metanoia, draai je om!). ‘Bekeert u en gelooft’ wilde zoveel zeggen als: open je voor God, die zijn grote hart naar ieder van ons toe heeft geopend. Wend je naar Hem toe en laat Hem in je leven binnenkomen, geef je over aan zijn gezagvolle en liefdevolle leiding en wend je af van wat God-, mensonwaardig en zondig is, wat liefde verduistert en egoïstisch handelen bevordert, van alles wat – zo zal Jezus later opnoemen, - uit het binnenste van de mens kan komen: boze gedachten, valse getuigenis, ontucht, echtbreuk, godslastering en noem maar op! Geen hart is er helemaal vrij van, maar afwending daarvan is wel nodig om het Rijk van God binnen te gaan. Geloof, dat je door Gods kracht daartoe in staat zult zijn!

We zijn onderdanen van een aards rijk, we hebben een paspoort van een land, of landen (want soms is het ook al mogelijk een dubbele nationaliteit te hebben). Maar we zijn nog meer onderdaan van een veel omvangrijker, onzichtbaar, grenzeloos rijk, waarvan het leidende princiep heet: Voorzienigheid, God zal er in voorzien. Geloof het: op het juiste moment zal Hij in wat nodig is, voorzien. Jezus gebruikt allersimpelste woorden om dit ‘God zal er in voorzien’ uit te drukken: al de haren op je hoofd zijn geteld; geen mus valt van het dak of de hemelse Vader weet het. Het zijn deze en andere vertrouwenwekkende woorden, die uitdrukking zijn van Gods liefdevol leidinggeven en die maken, dat twee broers alsSimon en Andreas Simon en Andreas zich overgeven aan die uitnodigende, blijde boodschap van Gods liefde en meegaan. Ze laten de netten en de boot in de steek en volgen die mysterievolle verkondiger van het Rijk, die daar langs kwam aan de oever van het meer, eveneens twee andere broers Jacobus en Johannes gaan mee: komt, jullie moeten vissers van mensen worden: helpt mee om het anderen mogelijk te maken zich eveneens vertrouwvol over te geven aan Gods voorzienige leiding. Na de eerste geroepenen, die meegaan en ‘ja’ zeggen, zal het Rijk van God wortel schieten in de harten van vele anderen geroepenen.
Uit het evangelie maken we op, dat God in de meest alledaagse omstandigheden een mens kan aanspreken, vissers midden in het uitoefenen van hun beroep, later een belastingbeambte die aan zijn tafel zit en wordt meegenomen, een andere leerling die onder de vijgenboom zit, luistert ook, staat op en loopt mee. In de gewone bezigheden van alledag wordt de roepstem gehoord. Het kan in de tram zijn of in de metro, op school tijdens tussen twee lessen door, op de werkvloer, op straat: de stem kan er zo opeens zijn en is te horen in je hart, in de stilte van je binnenste. Hoor, hoe je bij je naam geroepen wordt. Kom mee, open je hart voor Mij. Het is de Heer, die tot je spreekt.

Toch is in alle eenvoud ‘ja’ zeggen is niet gemakkelijk. We lijken dikwijls op Jona, die geroepen werd naar Ninive te gaan, om daar de bekering te prediken. Maar hij ziet het niet zitten. Ninive is de vijand van Israel. Daar tot bekering oproepen? Jona denkt er niet aan! Hij gaat de andere kant op, i.p. van naar het oosten naar het westen, de zee op. Maar aan God ontsnapt niemand. Via een wonderlijke weg weet God hem toch in de goede richting terug te buigen. Als hij door bemanningsleden op de boot in de zee wordt geworpen, als een soort zoenoffer om de storm te bedaren, door de walvis wordt opgeslokt, dan wordt hij na drie dagen op het strand uitgespuugd, juist het strand van de kust, welke naar Ninive voert. God zet z’n plannen door ondanks alles, je kunt nog zo tegenstribbelen! Maar Ninive blijkt dan een enorme stad te zijn, drie dagreizen groot. Jona legt een dagreis af, maar dan vindt hij het wel genoeg, hij gaat ergens aan de kant van de weg onder een boom zitten om toe te kijken wat er gebeurt. En het wonderlijke: tegen al zijn scepsis en sombere verwachtingen in komt de stad tot bekering, opent zich voor de God van Israel, die zijn grote hart ook voor de mensenmassa van Ninive heeft geopend. Jona kan het niet uitstaan! Hoe kan onze God, die van Israël, zich ontfermen over die ongelovigen en vijanden van Israël? God zegt alleen maar: mag ik doen wat ik wil. Het is een les voor ons nu. Hebben we immers eigenlijk al niet de helft van de wereldbevolking, met name de zo ontwikkelde, westerse mens afgeschreven of die ooit nog tot bekering zou kunnen komen? Nee, blijven we geloven in Gods zorg voor iedere mens, gelovig of niet. Belangrijk in ieder geval is ieder vijanddenken in de zin van ‘wij’ de ware gelovigen en ‘zij’ – voor hen is Gods woord niet bestemd, want het zal toch niets uithalen! – op te ruimen en hierin zelf tot bekering te komen.

Tenslotte, vijanddenken, hoe lang heeft dit ook niet de verschillende denominaties van het christelijk geloof uit elkaar gedreven. Ik herinner me een verhaal uit de zeventiendedijkdoorbraak eeuw. Als het hoog water was en de dijken van de rivieren in het midden van ons land dreigden door te breken, dan gingen de mensen naar de kerk om te bidden, maar die van het zuiden baden dan: laat de doorbraak toch in de noordelijke dijk zijn, daar wonen die protestanten en degenen die ten noorden van de rivieren leefden baden: laat de dijk toch aan de andere, zuidelijke kant doorbreken, daar wonen die katholieken! Jonasdenken op z’n best!
Inderdaad, er is een dijkdoorbraak geweest, heel langzaam begonnen en vervolgens in de vorige eeuw steeds meer. Maar dan een dijkdoorbraak in de verhouding tussen de kerken: luisteren naar elkaar, open staan voor het anders-zijn van de ander, leren van elkaar. Echt niet dat alle verschilpunten opeens uitgewist zijn, dat die er niet meer toe doen. Dat zou iets zijn als ‘het kind met het badwater weggooien’. Maar er is begrip gekomen, een liefdevolle, respectvolle houding. Mogen we er iets van Gods eigen liefdevolle, voorzienige leiding in zien? Dan zeg ik volmondig: JA! De Heilige Geest is aan het werk en zijn werking is uiterst beloftevol voor de toekomst!
AMEN.

Afdrukken E-mail

Archief 2019