Preek 26 november - E.P. Frans Vervooren OCD

De priester en hoogleraar spiritualiteit in Harvard Henri NouwenHenri Nouwen besloot in 1986 te gaan werken en leven in de Arkgemeenschap van geestelijk en lichamelijk gehandicapten. Daar leert hij Adam Arnett kennen, die Nouwen leert luisteren naar de taal van het lichaam en het hart. De pastor Nouwen wordt innerlijk genezen door de ontmoeting met de gehandicapte Adam. Zoals wij in de eerste lezing hoorden uit de profeet Ezechiël: ‘ik zoek mijn kudde op en bezoek mijn eigen schapen. Het vermiste schaap ga ik zoeken, het gewonde verbind ik, het zieke geef ik weer kracht. Ik zal ze weiden zoals het behoort.’ De rollen raken gaandeweg omgekeerd: de herder zelf blijkt als het zieke schaap dat genezing nodig heeft. Een citaat uit het boek ‘Adam’ van Henri Nouwen kan ons dichter bij de kern van deze rolomkering brengen:

“Ik heb altijd geloofd dat het Woord van God vlees is geworden. Thema van mijn preken was vaak dat het goddelijke zichtbaar is geworden in mensen en dat daardoor alles wat menselijk is iets kan tonen van het goddelijke. Adam kwam samen met anderen naar onze liturgische vieringen, om te bidden en mij te horen preken. Hij zat vlak voor me in zijn rolstoel, en dan ‘zag’ ik hoe God in hem zichtbaar werd. Het is mijn gelovige overtuiging dat Adam een hart had waarin het Woord van God woonde, stil en heel nabij. In al de uren die we samen hadden doorgebracht had Adam me laten ontdekken waar God intiem verblijf hield en betekenis gaf aan zijn en mijn menszijn.” (Adam, blz.49)

Nouwen AdamArnettHongerenden en dorstenden, vreemdelingen en naakten, zieken en gevangenen: in het perspectief van het evangelie zijn zij degenen in wie zich de Messias, de reddende Christus aan ons toont. Wij zijn geroepen hen te helpen en nabij te zijn waar en wanneer wij dat kunnen. Maar in hen steekt de Messias als het ware ook zijn reddende Hand naar ons uit, om ons zelfbeeld te genezen. Allen, wie wij ook zijn, roepen om genezing en redding. Zoals Paulus het zegt: ‘Zoals allen sterven in Adam, zo zullen ook allen in Christus herleven.’ In ieder mens is er een mysterievolle Aanwezigheid die zich aan ons openbaart als een Tegenover. Wanneer ooit alle kwaad en negativiteit tot en met de laatste vijand de dood verdwenen zullen zijn, dan zal God alles in allen zijn. Dit visioen van Hoop op uiteindelijke Rechtvaardigheid wil niet alleen een troost zijn in bange dagen, maar is ook als een richtingwijzer en uitdaging onderweg in het leven van de christen als pelgrim op weg naar het Huis van de Heer (ps 23). Analyse en onderzoek, empirische research en diepgravende reflectie op de vraag naar de oorzaken van honger en dorst, ziekte en de vluchtelingencrisis, en de vraag naar de oorzaken van criminaliteit: het is deze rationaliteit die de ruimte vrij kan maken voor emotionele compassie in woord en daad.

Met een slotcitaat van Henri Nouwen:

“Jarenlang had ik het woord ‘incarnatie’ uitsluitend gebruikt voor Jezus in wie God onze geschiedenis binnenkomt. Door mijn verbondenheid met Adam besefte ik dat Christus’ tastbare aanwezigheid niet alleen iets was van een ver verleden. Christus is aanwezig telkens wanneer mensen elkaar in de geest begroeten. Dan komt het heilige ook nu nog aanwezig, dan ‘gebeurt’ God tussen mensen. Dat wordt bedoeld met sacramenteel leven. God is steeds opnieuw tastbaar aanwezig wanneer mensen elkaar ‘in Gods naam’ ontmoeten. Door mijn omgang met Adam leerde ik opnieuw zien en horen. Er voltrok zich een verandering in mij die ik niet had voorzien.” (Adam,p.52).

Dat ons die omkeer en verandering ten deel moge vallen op onze pelgrimsweg.

Amen.



Afdrukken E-mail