Preek 12 november - E.H. Marc Kessels

Christus onderricht dikwijls in gelijkenissen, die makkelijker te begrijpen zijn voor zijn toehoorders, die zich op eenvoudige wijze kunnen inleven in het verhaal. Tegelijkertijd echter staat men open voor de achterliggende gedachte, de werkelijke betekenis van de boodschap, die telkens een goddelijke realiteit onthult.

Het is de vrijheid en daarmee ook de verantwoordelijkheid van ieder mens om zich aangetrokken en aangespoord te weten door deze realiteit. Een werkelijkheid die we in dit leven slechts ten dele zullen verstaan, maar die haar volheid alleen in het eeuwig leven bij God vindt.

In de gelijkenis van de tien meisjes, oftewel de tien maagden, richt Jezus onze aandacht vooral op de uitnodiging, gericht tot ieder mens, op het hemels gastmaal; geroepen om eens deel te nemen aan die goddelijke toekomst.

Maar zover is het nog niet! Laat staan dat het allemaal vanzelf zou gaan.

Over welke bruiloft gaat het eigenlijk? Wie is die bruidegom? Deze gelijkenis, broeders en zusters, laat ons stap voor stap dichter naderen tot het grote mysterie van God, door middel van de mooie beeldspraak over de bruiloft, een thema waar we ons vertrouwd mee weten.

Het gaat over de bruiloft van Christus; Hij is de bruidegom. Wie is dan de bruid? Dat zijn wij allemaal; u en ik; de gehele mensheid. Zoals de heilige Johannes Paulus II het treffend heeft weergegeven; Christus, de Zoon van God, is getrouwd met de mensheid, met onze menselijke natuur, mens geworden in de schoot van de Maagd Maria door het werk van de Heilige Geest.

Meer specifiek uitgedrukt, heeft hij het hier over de Kerk als bruid van Christus; de gemeenschap waartoe wij behoren. In deze gemeenschap van gelovigen worden dagelijks talloze mensen geboren door het sacrament van het Doopsel, en neemt men deel aan het goddelijk leven dat reeds hier op aarde haar aanvang heeft.

Iedere dag broeders en zusters, breekt het moment aan van de komst van de bruidegom, Christus. Dat betekent dat we waakzaam en attent zullen moeten zijn. Dit is echter geen waakzaamheid uit angst voor wat er komen gaat, maar een houding van hoopvolle verwachting van Hem die van ons houdt, die niets anders wil dan Zijn leven met ons delen.

Vandaar dat de boodschap van vandaag een oproep is aan ons allen om niets tussen Christus en ons te laten komen bij wijze van belemmering, om ons niet te laten opslokken door de zorgen van alledag, terwijl we het wezenlijke niet meer voor ogen zouden hebben.

Ons leven is een geschenk dat ons toevertrouwt is door God. Aan ons de opdracht en verantwoordelijkheid om onze lampen brandend te houden; de lampen van de naastenliefde, van het geloof en van de hoop en het vertrouwen. De lampen die warmte en licht geven aan de mensen die dikwijls leven in een verduisterde en kille wereld, aan de mensen die door ziekte of pijn getroffen worden, aan mensen die moeten leven in eenzaamheid of verdriet vanwege het gemis van dierbaren.

Het is een oproep die ons wil wakker schudden en laat beseffen dat ieder van ons uniek is, onmisbaar, bemind door God en van onschatbare waarde in Zijn ogen. Laten we ons antwoord op die uitnodiging van God niet uitstellen tot morgen, maar vandaag, nu, ons bereid tonen om ons leven te laten verlichten en verwarmen, opdat we dit vervolgens verder kunnen geven aan andere mensen.

Laten we deze zondag stil staan bij de ontelbare mensen die smekend staan te wachten op een teken van naastenliefde, zorg en aandacht, een lichtpuntje van hoop, een luisterend oor, een helpende hand. In al die mensen dienen we niet alleen onze naasten, maar ook en vooral Christus zelf.

Danken we God voor ons leven, voor deze uitnodiging, en vragen we Hem om er op de juiste manier op te antwoorden, in de kleine en grote woorden en daden van elke dag. Amen.

Afdrukken E-mail