Preek 10 september - E.H. Eugène Dassen

veldwachterAls een veldwachter vroeger in het dorp rondfietste en hij zag dat kinderen kwajongensstreken aan het uithalen waren, dan ging hij erop af en gaf ze een draai om hun oren. Als een jongen en een meisje ergens stonden te liefkozen, en zij werden gezien, dan voelden zij zich bedreigd, betrapt en beschaamd. Ze probeerden weg te komen. Als er vroeger in een buurtschap een auto werd gesignaleerd, dan wist een uur later iedereen wie dat was geweest en wat hij kwam doen. Men wilde graag weten of er iets aan de hand was. Zo is het niet meer, beste mensen!

Als wij in onze tijd iets verdachts zien, vervolgen wij onze weg, en zeggen de dag erna: “ik heb niets gezien, er stond wel een auto, maar …” Wij weten van niets, wij bemoeien ons nergens mee. Wij draaien ons hoofd opzij. Als iemand een keer een groep jongeren durft aan te spreken op baldadig gedrag, loopt hij het risico zelf in elkaar geslagen te worden. Wat is de maatschappij veranderd! Wat zijn wij veranderd.

De profeet Ezechiël wordt als wachter aangesteld over het volk Israël. God zegt tegen hem: “Luister naar Mij, en waarschuw de mensen.” ezechielEzechiël heeft de plicht en de verantwoordelijkheid het volk van Israël te wijzen op zijn fouten. Het is niet voldoende dat Ezechiël zelf onberispelijk leeft, maar hij moet zich ook met de ander inlaten; daarvoor is hij profeet. God spreekt hem op die verantwoordelijkheid aan. Ezechiël kan er niets aan doen als iemand van het volk een fout maakt, maar hij wordt medeplichtig als hij diegene niet heeft gewaarschuwd. De profeet die niet waarschuwt, zal de straf krijgen die ook de zondaar krijgt. Het is niet: ieder voor zich, en God voor ons allen!

Jezus heeft een vergelijkbare boodschap. Als er in de Kerk iemand is, die afdwaalt en de gemeenschap schade toebrengt, doe dan pogingen om hem op de rechte weg te brengen. Jezus beschrijft vandaag een procedure die je kunt volgen: 1. spreek de zondaar persoonlijk aan. 2. als hij niet luistert, haal er dan iemand anders bij. 3. luistert hij dan nog niet, haal dan het zwaarste middel van stal en leg het dan voor aan de kerk, d.w.z. aan de eindverantwoordelijke (bijvoorbeeld de pastoor of de bisschop). Als dat alles niet werkt, dan heb je gedaan wat je moest doen. Er ligt in de visie van Jezus dus ook een verantwoordelijkheid bij de gelovigen, niet alleen bij de kerkelijk verantwoordelijken. Maar sommige situaties vragen om een oordeel, om een oplossing, om iemand die een beslissing neemt. Er is iemand nodig die bindt en ontbindt. De uitdrukking die Jezus gebruikt (“Wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn”) betekende voor de rabbijnen het uitspreken van een oordeel of een definitieve beslissing of iemand nog bij de gemeenschap hoorde of niet.

Het is jammer dat wij elkaar niet meer durven aanspreken. Wij laten de gemeenschap los, wij kiezen voor onszelf, en maken ons minder druk om de ander en minder om de gemeenschap. Het gaat er niet om dat wij ons met het leven van een ander bemoeien (ieder heeft genoeg aan zichzelf, ieder wiedt zijn eigen tuintje), maar het gaat er om dat wij ons verantwoordelijk voelen voor de gemeenschap. Als wij ons niet meer met de ander bezig houden, valt de gemeenschap uit elkaar. En dat proces is volop gaande in onze westerse maatschappij. Er is steeds minder sociale cohesie en steeds minder gezag (die twee dingen horen bij elkaar!). De samenleving valt uiteen. Kijkt u wel eens naar een natuurfilm? Dieren die in groepsverband leven, waarschuwen elkaar als er gevaar dreigt.

paulusPaulus herhaalt het gebod van de liefde: “Bemin uw naaste als uzelf.” Als u voor uzelf opkomt, kom dan ook voor de ander op. Als u uw eigen leven wilt beteren, probeer dan ook een ander te helpen met het verbeteren van zijn of haar leven. Naastenliefde betekent dat je je met de ander inlaat, dat je je verantwoordelijk voelt voor de ander. Het kan ook betekenen dat je de ander moet waarschuwen dat hij afdwaalt. Als we de ander niet durven aanspreken, maken we het onszelf te gemakkelijk. Ik wens u veel wijsheid toe bij het beoordelen van de situaties die u tegenkomt en bij de gewetensvraag: “moet ik er iets van zeggen?” en “hoe zal ik het zeggen?”


Afdrukken E-mail