Preek 13 augustus - E.P. Tiemen Brouwer O.P.

Broeders en zusters, beste mensen,
Laten we even in gedachten terugroepen wat er op de avond, vlak voor het nachtelijk gebeuren op het meer, had plaatsgevonden: dat was de wonderbare broodvermenigvuldiging. De mensen waren buiten zichzelf van verbazing toen ze met zovelen verzadigd werden. Bij Johannes lezen we dat zij in Jezus de langverwachte Messias begonnen te zien: ze wilden hem tot koning uitroepen. Maar Jezus moet daar niets van hebben. De mensen, hoe goed bedoeld ook, hadden een te aards idee van Hem als Messias: een aardse koning, die hen brood zal verschaffen: maar de Messias is er niet omwille van het brood, het brood is er omwille van de Messias. De koning, zoals het volk voor ogen heeft, moet materiele welvaart brengen; hij zal een leger kunnen oprichten om hen te beschermen, gunstige belastingen instellen. In gedachten hebben ze een staatsman, een politicus voor zich.

Dan wordt de Heer heel kordaat: Hijzelf zal alleen achterblijven om de menigte met die verkeerde Messiasverwachtingen uiteen te doen gaan. Ook de leerlingen moeten opstappen. Hij dwingt hen – staat er zelfs - om weg te gaan, de boot te nemen en het meer op te gaan. Hij is veel te bang dat zij zich eveneens zullen vastklampen aan zo’n verkeerde Messiasverwachting. Ze moeten in de goede richting worden opgevoed. Eenmaal iedereen weg, leerlingen weg, de menigte weg, gaat Hij de berg op om daar te bidden, alleen. Het zal zijn, om z’n Vader te vragen wat nu te doen, hoe duidelijk te maken, wie Hij eigenlijk, ten diepste is.

Z’n verzonkenheid in de Vader, in gebed, blijft duren, middernacht voorbij, tot aan de vierde nachtwake, d.w.z. tot bijna het krieken van de ochtend. Ondertussen zijn in al die uren de leerlingen in de weer op het meer. Ze hebben het moeilijk gekregen: ze krijgen te kampen met tegenwind, er zijn golven op het meer gekomen. Ze moeten hard zwoegen om hun bootje in evenwicht te houden. Kan de Heer onverschillig blijven? Kan Hij in gebed blijven op de berg en ondertussen zijn zijn leerlingen in nood? Nee, ze moeten Hem zien om te weten dat Hij in hun nood en angst bij hen in de buurt is om hen te helpen. Iemand heeft ooit eens gezegd: ‘kon Jezus echt over het water lopen? Ja, want Hij was zo vervuld van zorg om de ander (in dit geval zijn eigen leerlingen), Hij wilde zo graag z’n vrienden in nood helpen, heel dicht bij hen zijn, dat Hij éven vergat, dat je niet over water kunt lopen. Zo kwam Hij naar hen toe op de enige manier om bij hen te komen (over het water).’

De leerlingen zagen Hem, maar herkenden Hem niet, door angst waren ze verblind, ze dachten een spook te zien. Maar het was een Godsverschijning, een Epifanie! De spontane Petrus ging er meteen op af. Hij kon zich niet bedwingen. Hij moest bij zijn meester zijn en vergat óók even dat je niet over het water kunt lopen. Liefde, vertrouwen, kan soms tot onmogelijke dingen brengen, wat we nooit hadden kunnen bedenken! De eerste passen lukt het. Hij is vol geloof met de ogen gericht op Jezus, maar dan begint de angst toe te slaan, hij kijkt om zich heen, wendt z’n blik af, ziet de golven en de wind, en begint te zinken, weg te zakken in het wankele nat. Iedere gedachte van zojuist, van bravoure, van overmoed is verdwenen. Wegzakkend komt een schreeuw om hulp in hem uit de diepte van zijn ziel naar boven. Hij roept: Heer, red mij! Naar een gebed uit de grond van iemands ziel op een moment van grote nood kan God – zou je kunnen zeggen, - niet niet luisteren! Jezus pakt Petrus bij de hand en trekt hem omhoog. Beiden gaan de boot in. En wat zien we: de God in Jezus brengt de woedende elementen tot bedaren, de wind gaat liggen, - de leerlingen ontdekken hun Heer als de Heer van de elementen en van de natuur. Het wordt doodstil, net zoals bij Elia, die niet in de woest razende natuurelementen, maar in de stilte van de grot in de zachte bries zijn Heer-God had herkend, zo ook de leerlingen die vroege ochtend na de storm en tegenwind: in de stilte komen ze zelfs tot aanbidding en zien in Hem méér dan alleen een mensenkind: ‘waarlijk, Gij zijt de Zoon van God’. Het gebeuren is een eerste stap, die zal maken dat ze van een al te materialistische Messiasverwachting, van een koning-politicus, zullen komentot een nieuwe Messiaskennismaking: de Gezondene van de Vader die naarwegzinkende mensen zijn handen uitstrekt en hen uit het water omhoogtrekt. De God, die op aarde is gekomen, niet om te veroordelen, maar om te reddenen thuis te brengen. Het nachtelijk gebeuren op het meer ligt in het verlengde van wat er ooit gebeurd was bij de Rode Zee: het water werd bedwongen en het volk werd gered uit de handen van de Farao: droogvoets kon het trekken over de bodem van de zee naar de veilige overkant. God had zich een reddende God getoond.
Het gebeuren kijkt ook vooruit: wie het geloof aanneemt zal door het water van het doopsel heen gaan, om zo te worden gered en vrijgewassen van de erfschuld, die op de mensheid lag, de dopeling wordt op het droge getrokken in een leven ‘met God van doen’, opgenomen in het Mysterie van Vader, Zoon en heilige Geest.

In het zwoegen en ploeteren van de leerlingen herkennen we de stormen waarin de kerk zich bevindt in onze tijd, (maar zo was het ook in voorgaande tijden). Er zijn inwendige conflicten, er zijn vermoeidheidsverschijnselen. De kerk wordt geteisterd door de zonden van z’n voorgangers. Het geheim van de kerk, de Eucharistie, tegenwoordigstelling van Jezus lijden en sterven in zijn Lichaam en Bloed, is bij zo velen weggezakt als middelpunt van gelovige beleving. De paus vervult de Petrusrol te midden van zijn medeleerlingen in het bootje van de kerk. Heel velen gaan met hem mee, maar er is ook hier en daar heimelijk, soms zelfs openlijk verzet tegen sommigen van zijn ingenomen standpunten. En hoevele individuele christenen, bij de tegenwind en de opzwiepende golven van het leven, worden overmand door gevoelens van verlatenheid, van depressie, van het niet aankunnen?

Toch, Christus komt ook over de baren van déze tijd zijn kerk tegemoet? Kan Hij zijn beminde bruid, in levensgevaar, in de steek laten? Kan Hij –om zo maar te zeggen – biddend op de hemelberg blijven, terwijl zijn volgelingen zwoegen en kreunen? En zal Hij de individuele christen niet tegemoet gaan over het water ‘dat iemand tot aan de lippen staat’, over de zee van problemen en moeilijkheden, die in iemands leven kunnen opdoemen.

Hoe zelfs in een spookbeeld de Heer kan verschijnen, hoe iets teleurstellends toch een positieve draai kan nemen, doet me herinneren aan een anekdote uit de tijd van mijn eerste parochie. Het was 1972. De oude (prachtige neogotische) kerk moest worden gesloten, een van de eerste kerksluitingen in het land, - tot verdriet van heel velen. Het gebouw werd in gebruik genomen door een zekere heer Vissers. Hij had er drie verdiepingen in aangebracht tot in de nok. Overal stonden meubels, bankstellen, keukens. Er waren gordijnstoffen te vinden, een groot sortiment vloerbedekkingen: ‘Vissers meubelen in de kerk’, zo diende hij zich aan. Juist in die dagen zaten we op een keer met enkele pastores van de stad bij elkaar in gesprek en we hoorden buiten een vliegtuigje over de stad vliegen. Iemand ging naar het raam om te kijken wat het was. Het was een vliegtuigje met een reclamespandoek er achteraan. Iedereen kon het zien: Vissers in de kerk, stond er op. We waren toch wel even bedrukt. Later hoorden we dat een collega in een andere parochie, die niet bij de vergadering kon zijn, dat vliegtuigje met de spandoek ook had gezien. Weet u wat hij zei? Goh, ik zag een vliegtuigje boven de stad met een spandoek. Wat een bemoediging voor ons priesters! Want weet jullie wat er op stond: Vissers in de kerk houdt moed. Niet opgeven. Hij meende: iemand had voor dat vliegtuigje betaald om de pastors en de priesters van de stad, - vissers van mensenzielen -, een hart onder de riem te steken. Dus zelfs in iets wat heel zakelijk was, niets met geloof te maken had, alleen maar met koopmansgeest, kon de Heer verschijnen en bemoediging brengen voor iemand die het op dat moment nodig had en die door de woorden, die hij aan de hemel zag verschijnen, geholpen werd om in zijn parochie te blijven doorgaan en de netten te blijven uitgooien!

Laten we dat nu ook blijven doen, vertrouwend op de Heer, in deze maaltijd onder ons aanwezig, ook tot ons zeggend zoals tot de angstige apostelen in de boot: wees gerust, Ik ben het, vrees niet. AMEN.

Afdrukken E-mail