Preek 30 juli - E.P. Ton van der Gulik, O. Carm

titusbrandsmaBroeders en Zusters, in het verleden was een van mijn taken in Nederland het beheren van het Titus Brandsma archief. Als archivaris deed ik mijn werk, maar had in de eerste jaren geen bijzondere aandacht voor pater Titus. In 1985 was hij Zaligverklaard, dat maakte hem bijzonder, maar verder was mijn aandacht vooral gericht op andere Karmelieten. Dit veranderde toen journalist Ton Crijnen een biografie over Titus Brandsma ging schrijven. Ik ging hem de archiefstukken aanreiken. Stukken over Titus’ jeugd; als student hier in Rome in de jaren 1906-1909. En naarmate het boek vorderde: archiefstukken over “Titus contra de Duitse bezetter”. Zijn protest omdat de Joodse kinderen weg moesten van de Katholieke scholen; zijn verzet tegen het beknotten van de persvrijheid. Brandsma die altijd moeilijk “nee” kon zeggen, zei dat wel onomwonden tegen het Nazisme. Door hem betitelt als “nieuw heidendom”. Titus werd verraden, gearresteerd, vernederd. Om ten slotte in kamp Dachau te sterven, ziek en uitgeput (zondag 26 juli 1942). Als archivaris deed ik zo mijn werk toen op een onverwacht moment ik ervoer: “Hé, ik ben geraakt door Titus!”.

Onverwacht was het ook dat de heilige Edith Stein werd geraakt door het levensverhaal van de Karmelietes Teresa van Avila. Wanneer de jonge filosofe dat leest, raakt het haar zodanig diep dat zij zich bekeerd en later ook Karmelietes wordt. Ze had de waarheid gevonden in het mystieke leven van de Heilige Teresa. De vreugde deze schat te hebben gevonden heeft haar nooit meer verlaten. Zelfs niet in kamp Auschwitz, waar Edith Stein kort na de dood van Titus werd vermoord, nu 75 jaar geleden.

Edith SteinIn het evangelie van zojuist gebeurt ook iets onverwacht. Jezus vertelt: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat verborgen in een akker”. Onverwacht stoot iemand op iets héél kostbaars. Daarna is er grote vreugde en is zijn leven niet meer hetzelfde. “Ook gelijkt het Rijk der hemelen, zegt Jezus, op een koopman op zoek naar kostbare parels”. En Jezus vertelt hoe de koopman daarvoor alles over heeft. Zijn hele hebben en houden investeert hij erin. Alles voor die ene parel! In het levensverhaal van Titus Brandsma is geen onverwachte bekering zoals bij Edith Stein. Maar pater Titus was volgens mij wel iemand zoals de zoekende koopman in Jezus’ parabel. Daar wil ik met u in deze preek kort bij stil staan. De Nederlandse “koopman” Titus Brandsma op zoek naar parels.

Iemand schreef eens: “Titus was geen sterke predikant”, en voegde daaraantoe: “maar dat hoefde ook niet!”. Ik kan mij dat goed voorstellen. Titus Brandsma werd in zijn dagen ervaren als de hulpvaardige pater die leefde met God. En dat zal hebben mee geresoneerd als hij voorging in de eucharistie. Dan hoef je inderdaad niet te preken als Brugman. Want de opgewekte pater heeft velen geholpen: stadsgenoten, journalisten, een Armeense weesjongen gevlucht voor de genocide in Turkije, het Nederlands episcopaat. Daarnaast kenden velen pater Titus vanwege zijn vlotte pen. Hij was journalist en verkondigde ook in zijn geschriften het evangelie. Bijvoorbeeld in de krant “De Gelderlander”. In de jaren 1938-1941 schrijft hij daar elke zaterdag onder de titel “Van ons Geestelijk Erf”. Op die plaats is het ook dat hij schrijft over onze persoonlijke band met God. Over het katholieke mystieke leven en –inderdaad- over de kostbare Parel van ons evangelie.

Titus Brandsma was hoogleraar in de filosofie en de geschiedenis van de mystiek. En altijd op zoek naar de pareltjes van onze Nederlandse mystieke traditie. Hij fotografeerde handschriften, bestudeerde ze en schreef erover. Ook in De Gelderlander. Want voor Titus is het mystieke leven niet iets voor alleen priesters, zusters en paters. Voor hem behoort het gewoon tot het serieuze geloofsleven. Dus schrijft hij erover in de krant, voor hem het medium voor de waarheid; niet van nazistische waanideeën. Zijn onderwerpen in “Van ons Geestelijk Erf” zijn heel verschillend, zoals zijn lezers dat zijn. De bevlogen Titus lijkt iedereen te willen bereiken.

Zoals Edith Stein is ook pater Titus gefascineerd door Teresa van Avila. Zijn eerste boek gaat over haar en ook zijn laatste geschreven in de gevangenis TeresavanAvila(eerst op gevangenispapier en als dat op is tussen de regels van een boek). Minder bekend is dat ook het boekje “De Evangelische Peerle” tot zijn favorieten behoorde. Op 6 mei 1939 begint pater Titus in de Gelderlander een reeks van vijf artikelen over dit anonieme mystieke geschrift. Hij wijst er op dat het boekje gaat over de parel van het Evangelie – zojuist gehoord. Dat het van Nederlandse bodem is, rond 1500. En samenvattend schrijft hij: “Het is een boek van hoge mystiek, maar tegelijk van innige, voor allen geschikte ontboezemingen”. ”De Evangelische Peerle” is inderdaad een gewaagd boekje, want het gaat over het goddelijke in de mens. De schrijfster heeft deze kostbare parel gevonden. Daarover schrijven is gewaagd, “maar het is geschikt”, zegt de altijd orthodoxe pater Titus.

Broeders en zusters, De Fries Titus heeft weinig prijsgegeven over zijn eigen zielenroerselen, zwijgt over zijn eigen mystieke leven. Het blijft daarom gissen, maar ik denk dat de Godszoeker Titus, ook in “De Evangelische Peerle” geproefd heeft wat het Bijbels scheppingsverhaal noemt: “Gods beeld en gelijkenis in de mens”. En dat dit de kostbare parel van het evangelie is, de Christus. Pater Titus lijkt dat van binnenuit te hebben beleefd. En doordat hij deze parel gevonden had gaf hij zijn leven, zijn alles. Als hij gewild had dan had hij zijn leven nog wel kunnen redden, maar hij koos anders. Door zijn persoonlijke verbondenheid met Christus hield pater Brandsma koers in verwarrende tijden. En bleef hij zien hoe er ook nog een schat verborgen was bij zijn kwelgeesten. Ook bij de vijand was die parel. Dit is iets wat mij fascineert, deze Godsverbondenheid van Titus en daarbij zijn onbaatzuchtigheid. Daarnaast had Titus oog voor het algemeen belang. Niet zoals het nazisme met haar minachting voor het individu. Maar het algemeen belang als een akker met daarin de verborgen schat: de individuele mens. Pater Titus had het beste voor met Nederland en Duitsland en heeft zich daarvoor ingezet.

Broeders en zusters, er is nog veel meer te zeggen en te vertellen en de verleiding is groot, maar het is hoog tijd om af te ronden. Om opnieuw te zeggen dat het evangelie ons oproept om God en zijn koninkrijk te zoeken. Niet ver weg, maar dichtbij en in ons. Deze schat, die parel te ontdekken is de ware vreugde. In deze eucharistieviering zeggen wij hiervoor opnieuw dank: voor Christus, Gods beeld en gelijkenis bij uitstek. Samen met de standvastige martelaar Titus Brandsma. Amen.

Afdrukken E-mail