Preek 30 april - E.H. Kees van Duin - Diaken

De wandelaarHet verhaal van Lucas over de twee leerlingen op weg naar Emmaüs  speelt in op onze gevoelens, er hangt een weemoedige sfeer over. Die twee, Kléopas en de andere leerling vertrekken uit Jerusalem met een gevoel van teleurstelling, van ontmoediging en van leegte. Ik probeer hier hun situatie telkens met die van ons te vergelijken, het verhaal is immers een catechese. Totdat wij het kruis niet meer beschouwen als een mislukking, maar als bròn van ons leven hebben wij een lange weg naar Emmaüs te gaan. Lucas vertelt een dierbaar verhaal, want Jezus komt die twee vergezellen als een trooster. Bovendien lijkt het verhaal te zijn opgezet als een Eucharistieviering.

Hoeveel keren zijn wij niet geërgerd dat God zoveel ellende in deze wereld toe laat (overigens lijkt het eerder dat de wereld God niet toelaat), dat Christus ons teleurstelt, dat de Kerk onbeduidend lijkt. Paus Franciscus dringt er met zijn Paas-toespraak nog op aan ondanks geweld, oorlog, ellende vast te blijven houden aan het geloof. Er zijn méér momenten, die maken dat velen zich van het geloof afkeren, zoals deze twee leerlingen die Jeruzalem achter zich laten. Geld en techniek fascineren ons steeds méér en het overige schijnt bijzaak. Wáár is Jezus, waar laat Hij zich zien? Wannéér en waar zal zijn aanwezigheid ons bestaan opnieuw inspireren, verwarmen en verlichten? Wanneer brengt Hij ons weer terug naar Jeruzalem, m.a.w. terug naar een wereld waarin we Hem zien en getuigen kunnen zijn? Wij moeten dus ook de weg naar Emmaüs afleggen. Hoeveel keren komen wij niet naar de zondagsmis met onze zorgen, onze moeilijkheden, soms met opgekropte boosheid of iets anders dat ons zwaar ligt, net als die twee leerlingen zware teleurstellingen te verwerken hebben. Meestal komen we al niet eens meer naar een viering.

Vinden we zinloos, tijdverspilling, of niet?

Wanneer we die twee dus zwaarmoedig horen zeggen: “We hoopten nog zo…” lijkt er voor hen geen hoop meer, nee, de feiten hebben hun geloof weggevaagd. Aan hun droom is een eind gekomen. Zoals Jezus aan die twee de Schrift uitlegt, zo beginnen in onze woorddienst de schriftlezingen en de preek. Die twee leerlingen zijn aanvankelijk niet eens in staat Jezus te herkennen, net zo min als zij vertrouwen hebben geschonken aan de vertelsels van de vrouwen, over Jezus die verrezen was. Dat bracht hen eerder in verwarring. Als Jezus met hen optrekt en zich gewoon als vreemdeling voordoet en hen vragen stelt…  komen zij beetje bij beetje uit hun woorden en vertellen over ene Jezus die sprak, die hulp bracht, die genas, die hen zou verlossen. Deze vreemdeling, Jezus dus, is niet mild als Hij reageert: “O, onverstandigen, jullie zijn zo traag van hart in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben.” Wanneer Hij echter, beginnende vanaf Mozes en de Profeten aan hun in de Schrift uitlegt, wat op Hem betrekking heeft, worden zij gegrepen en zo zullen ook onze harten verwarmd worden en onze ogen het licht zien. Staan wij wel voor Hem open? Door zijn woorden staat Christus ons ook nabij, zodat wij net zoals de leerlingen Hem vanzelfsprekend uitnodigen: “Heer blijf bij ons, de dag loopt ten einde.”

EmmausgangersIn het tweede gedeelte van Lucas’ verhaal herkennen wij de Eucharistie, de liturgie van de tafel en van het offer. “Jezus neemt het brood, zegent het, breekt het en reikte het hun toe”, zoals het ons straks ook zal worden uitgereikt. “En plotseling gingen hun ogen open en herkenden zij Hem”. En dàn pas denken Kléopas en de andere terug aan zijn gesprek onderweg. “Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en voor ons de Schriften ontsloot?”
Lucas vertelt niet zomaar een feit, maar een gebeurtenis, die alle christenen aangaat en uitnodigt om Christus te herkennen als degene “die het Brood breekt”. Dus werkelijk duidend op de aanwezigheid van de verrezen Christus te midden van ons. De Mis is immers vanouds de gedachtenis van zijn offer, waar Hij aanwezig is, waar Hij zijn nieuwe leven met ons deelt. Hij is verrezen, door zijn lijden heeft Hij de mens door zijn offer vernieuwd. Die twee leerlingen keren verheugd naar Jeruzalem terug….
Het hele Paasmysterie vernieuwt zich in de Eucharistie, telkens weer.

Laten wij God om de genade van een levend geloof in zijn aanwezigheid hier vragen, dat ons hart doet branden. Laten wij zelf dragers zijn van de Blijde Boodschap: Hij is in de Eucharistie met zijn verrezen lichaam, dat met glorie de tekenen van zijn passie bewaart.
Amen



Afdrukken E-mail