Preek 1 februari - E.P. Tiemen Brouwer O.P. (Trigesimo Luciana Zanuccoli)

Luciana Zanucelli jeugdEen bekend Nederlands spreekwoord zegt: wie schrijft, die blijft! Luciana was een schrijfster, journaliste. Ook zijn er enkele novellen van autobiografisch karakter van haar bekend. Wie schrijft, laat zijn gedachten, denkbeelden achter op papier of op internet of op een andere manier worden ze vermaterialiseerd. Anderen kunnen er kennis van nemen. En als ‘wie schrijft’ er zelf niet meer is, dan is er een blijven, - je zou haast zeggen een ‘voortleven’, - in hetgeen werd achtergelaten: in de geschriften. Zo zullen we Luciana nog steeds kunnen tegenkomen ook de komende tijd in wat zij geschreven heeft, wat zij aan het papier heeft toevertrouwd.

Toch zal dit voortleven – dit overleven in de geschriften – beperkt blijven.
Een eerste tijd zullen de werken vast nog geraadpleegd worden. Misschien is er iemand die er een studie van maakt. Dit kan nog een heel tijdje doorgaan.
Maar op den duur zal de herinnering meer en meer vervagen. Wat schrijvers betreft zijn het alleen de allergrootsten, die na eeuwen nog ‘voortleven’, denk aan een Homerus, aan een Vergilius.

Ook Job, de man op de mestvaalt, wilde zijn woorden laten vastleggen, dat ze ‘door een ijzeren stift in de rotssteen gedreven, met lood gevuld – tot blijvende getuigenis – zouden blijven opgetekend. Bij de gekwelde Job ging het er om, dat zijn onschuld met grote letters blijvend te lezen zou zijn; dat iedereen zou weten, dat zijn lijden geen straf was vanwege een of andere verborgen misdaad of schuld, maar schuldeloos lijden. Maar dan ziet hij toch het nutteloze hiervan in en komt ertoe te zeggen, dat de enige die hem recht kan doen, dat is God: al ben ik nog zo geschonden, ik zal God zien vanuit dit lichaam: God zal mijn verlosser en redder zijn. Bij de Heer heeft hij zijn pleit neergelegd.

Kaft boek LucianaZo mogen we het ook zeggen van onze dierbare Luciana. Haar ‘voortleven’ in het geschreven woord zal maar heel beperkt zijn. Haar en ons aller wérkelijk voortleven over de doodsgrens heen zal in God zijn, die ons, naar het woord van de Heilige Augustinus, meer intiem is, dan wij intiem zijn aan onszelf. Bij God ligt het laatste woord over een mensenleven, geen geschreven woord, maar een gesproken, verlossend en bevrijdend laatste woord, dat schuld en onschuld, zonde en deugdzaamheid in de mens zal ontrafelen en de knoop ervan ontwarren en ons meest diepe zijn zal aan het licht komen. Het zal zijn, naar de woorden van Luciana zelf in ‘Capricci per pochi’: le anime buone si ritrovano in Dio e possono continuare ad essere unite per l’ eternità. (de goede zielen worden in God teruggevonden, zij kunnen voortgaan om verenigd te zijn voor eeuwig). God heeft deze taak (het laatste woord over een mens uitspreken) niet voor zichzelf behouden, maar aan zijn Zoon overgelaten, die immers door de H. Geest God onder de mensen is geworden – onder ons is komen wonen – en ons zo van binnenuit kent; die zijn leven gegeven heeft voor zijn schapen, voor de zijnen. De verloste kudde zal hij voeren naar de eeuwige weidegronden, waar wie dorst heeft, om niet water zal kunnen drinken uit de immer stromende bron van het leven voor altijd, zoals we in tweede lezing uit de Apocalyps hoorden.

Dat ook Luciana zich zal mogen laven aan deze bron, waar woorden hebben opgehouden – die zullen zwichten en verwaaien, naar de woorden van Oosterhuis in het openingslied. Wat blijft is de stilte achter de woorden: de oergrond, waaruit alle woorden, ja, van waaruit alles is ontstaan.

Laten we een moment stil zijn om deze stilte, de woorden voorbij, de dood voorbij, te proeven.
AMEN

Afdrukken E-mail