9 december - Tweede Zondag van de Advent

Evangelieboek
C - JAAR

Alle lezingen van

de 

Tweede Zondag van de Advent




Uit de profeet Baruch 5,1-9

Jeruzalem, leg uw kleed van rouw en ellende af
en bekleed u voor immer met Gods heerlijke schoonheid.
Sla de mantel van Gods gerechtigheid om,
zet op uw hoofd de schitterende kroon van de Eeuwige.
Want God wil uw luister laten zien overal op aarde.
Voor eeuwig geeft God u de naam:
“Vrede door gerechtigheid” en “Glorie door vroomheid”.
Op, Jeruzalem, ga op de hoogte staan en kijk uit naar het oosten:
daar zijn uw kinderen weer samen
op het woord van de Heilige,
van zonsopgang tot zonsondergang.
Zij zijn blij nu God weer aan hen denkt.
Te voet gingen zij van u heen,
weggesleept door de vijand,
maar eervol brengt God hen terug,
gedragen als op een koningstroon.
God beval alle hoge bergen en eeuwige heuvels te slechten
en de dalen op te vullen,
zodat het hele land een effen vlakte wordt
en Israël veilig optrekt onder de glorie van God.
Ook de bossen en alle geurige bomen
geven schaduw aan Israël op Gods bevel.
Want God leidt het jubelende Israël
in zijn heerlijk licht;
met zijn barmhartigheid zal Hij hen omgeven
én met zijn gerechtigheid.

Uit de 1ste brief van de H. apostel Paulus aan de Christenen van Filippi 1,3-6.8-11


Broeders en zusters,

Ik dank mijn God telkens als ik u gedenk,
altijd, bij al mijn gebeden voor u allen.
En ik verricht mijn gebed met blijdschap,
omdat gij van de eerste dag tot nu toe
uw deel hebt bijgedragen tot de prediking van het evangelie.
Ik ben er zeker van, dat Hij die het goede werk in u begonnen is,
het zal voltooien tegen de dag van Christus Jezus.
God weet hoe vurig ik naar u allen verlang,
met de innigheid van Christus Jezus zelf.
En dit is mijn bede:
moge uw liefde steeds rijker worden
aan inzicht en fijngevoeligheid,
om te kunnen onderscheiden waar het op aankomt.
Dan zult gij op de dag van Christus
ongerept en onberispelijk zijn,
verzadigd met de vrucht der gerechtigheid
die komt van Jezus Christus, tot eer en lof van God.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 3,1-6


Het gebeurde
in het vijftiende regeringsjaar van keizer Tibérius:
Pontius Pilatus was landvoogd van Judea;
Herodes gouverneur van Galilea:
zijn broer Filippus gouverneur van het gewest Ituréa en Trachónitis
en Lysánias gouverneur van Abiléne;
Annas en Kájafas bekleedden het hogepriesterschap.
Toen kwam het woord van God over Johannes,
zoon van Zacharías,
die in de woestijn verbleef.
Hij begon op te treden in heel de Jordaanstreek
en een doopsel van bekering te preken
tot vergeving van zonden,
volgens de profetie
die geschreven staat in het boek van Jesaja:
Een stem roept in de woestijn:
bereidt de weg van de Heer,
maakt zijn paden recht.
Elk dal moet gevuld,
elke berg of heuvel geslecht worden;
de kronkelpaden moeten recht,
de ruwe wegen effen worden.
Heel de mensheid zal Gods redding zien.

Afdrukken E-mail

Archief 2019