15 augustus - Maria Tenhemelopneming

Bentlage 6
B - JAAR

Alle lezingen van

Maria Tenhemelopneming






Eerste lezing: Apokalyps; Uit de openbaring van de H. Apostel Paulus 11,19A: 12,1-6A. 10AB

Toen ging de tempel van God in de hemel open,
en er verscheen een groot teken aan de hemel:
een Vrouw,
bekleed met de zon, de maan onder haar voeten
en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.
Zij was zwanger en kreet in haar weeën en barensnood.
Toen verscheen aan de hemel een ander teken:
een grote, vuurrode Draak.
Hij had zeven koppen en tien horens
en op elke kop een diadeem.
En zijn staart
vaagde een derde deel van de sterren des hemels weg
en wierp ze op de aarde.
En de Draak stond voor de Vrouw die zou baren,
om zodra zij gebaard had, haar kind te verslinden.
En zij baarde een kind,
een zoon,
die alle volken zal weiden met een ijzeren staf.
En haar kind
werd ijlings weggevoerd naar God en zijn troon.
En de vrouw vluchtte naar de woestijn,
waar zij een plaats heeft door God bereid.
En ik hoorde een stem in de hemel roepen:
“Nu is gekomen het heil en de macht
en het koningschap van onze God
en de heerschappij van zijn Gezalfde.”

Tweede Lezing:
Uit de eerste brief van de H. Apostel Paulus aan de Christenen van Korinte 15,20-26

Broeders en zusters,

Christus is opgewekt uit de doden
als eersteling van hen die ontslapen zijn.
Want omdat door een mens de dood is gekomen
komt door een mens ook de opstanding der doden.
Zoals allen sterven in Adam,
zo zullen ook allen in Christus herleven.
Maar ieder in zijn eigen rangorde:
Als eerste en voornaamste Christus,
Vervolgens, bij zijn komst zij die Christus toebehoren;
daarna komt het einde,
wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen na alle heerschappijen
en alle machten en krachten te hebben onttroond.
Want het is vastgesteld dat Hij het koningschap zal uitoefenen,
tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.
En de laatste vijand die vernietigd wordt is de dood.

Evangelie: 
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1,39-56

In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland,
naar een stad in Juda,
Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet.
Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde,
sprong het kind op in haar schoot.
Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest
en riep met luide stem:
"Gij zijt gezegend onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht van je schoot!
Waaraan heb ik het te danken
dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen
Wat haar vanwege de Heer gezegd is.”

Maria bezoekt haar nicht ElisabethEn Maria sprak:
"Mijn hart prijst hoog de Heer.
Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn redder:
daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd.
En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig
omdat Hij die machtig is aan mij zijn wonderwerken deed,
en heilig is zijn Naam.
Barmhartig is Hij, van geslacht tot geslacht
voor hen die Hem vrezen.
Hij toont de kracht van zijn arm;
slaat trotsen van hart uiteen.
Heersers ontneemt Hij hun troon,
maar Hij verheft de geringen.
Die hongeren overlaadt Hij met gaven,
en rijken zendt Hij heen met lege handen.
Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken,
gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig
jegens Abraham en zijn geslacht,
gelijk Hij had gezegd tot onze Vaderen."

Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was
keerde zij naar huis terug.







Afdrukken E-mail