24 juni - Geboorte van de H. Johannes de doper

Bentlage 6
B - JAAR

Alle lezingen van de

12de Zondag door het jaar




Eerste lezing: Uit de profeet Jesaja  49, 1-6

Luistert naar mij, eilanden,
spitst de oren, volkeren van ver.
De Heer heeft mij vanaf de moederschoot geroepen,
vanaf de schoot van mijn moeder heeft Hij mijn naam genoemd.
Hij heeft mijn mond tot een snedig zwaard gemaakt,
met de schaduw van zijn hand heeft Hij mij bedekt.
Hij maakte van mij een geslepen pijl
en in zijn koker heeft Hij mij geborgen.
Hij sprak tot mij:
“Mijn dienaar zijt gij,
Israël in wie Ik Mij zal verheerlijken.”
En ik heb gezegd:
“Vergeefs heb ik mij afgetobd,
mijn kracht loopt uit op leegheid en wind,
maar mijn recht is bij de Heer,
en mijn beloning bij mijn God.”
Bijbel 20 1Nu echter sprak de Heer
die mij vormde tot zijn knecht vanaf de moederschoot,
om Jakob terug te brengen tot Hem
en opdat Israël voor Hem zou worden verzameld.
- Ik ben verheerlijkt in de ogen van de Heer,
en mijn God is mijn sterkte. -
Hij sprak:
“Het is te gering dat gij mijn dienaar zijt,
om Jakobs stammen op te richten
en de gespaarden van Israël terug te brengen.
Ik stel u aan tot licht van de heidenvolkeren
om mijn heil te zijn tot aan het uiteinde der aarde.”

Tweede Lezing:
Uit de handelingen van de apostelen  13,  22-26

In die dagen zei Paulus:
“Nadat God Saul verworpen had
verhief Hij David tot koning van het volk Israël.
Van deze gaf Hij het getuigenis:
Ik heb David gevonden, de zoon van Isaï,
een man naar mijn hart
die mijn wil in alles zal volbrengen.
Uit diens nakomelingschap heeft God
volgens belofte
voor Israël een Verlosser doen voortkomen,
Jezus;
nadat reeds Johannes vóór zijn optreden
een doopsel van bekering had gepredikt
aan heel het volk van Israël.
Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was zei hij:
Wat ge meent dat ik ben
ben ik niet;
maar na mij komt iemand
wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken.
Mannen broeders,
zonen uit Abrahams geslacht en godvrezenden onder u:
tot ons is dit woord van verlossing gezonden.”

Evangelie:
Uit het heilig evangelie van on Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 57-66.80

In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan
dat zij moeder werd;
zij schonk het leven aan een zoon.
Toen de buren en de familie hoorden
hoe groot de barmhartigheid was
die de Heer aan haar had betoond,
deelden zij in haar vreugde.
Op de achtste dag kwam men het kind besnijden
en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen.
Maar zijn moeder zei daarop:
geboorte johannes de doper“Neen, het moet Johannes heten.”
Zij antwoordden haar:
“Maar er is in uw familie niemand die zo heet.”
Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader
hoe hij het wilde noemen.
Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef erop:
“Johannes zal hij heten.”
Ze stonden allen verbaasd.
Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend
zijn tong losgemaakt
en verkondigde hij Gods lof.
Ontzag vervulde alle omwonenden
en in heel het bergland van Judea
werd al het gebeurde rondverteld.
Ieder die het hoorde dacht erover na en vroeg zich af:
“Wat zal er worden van dit kind?”
Want de hand des Heren was met hem.
Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer.
Hij verbleef in de woestijn
tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde.


Afdrukken E-mail