3 juni - Sacramentsdag

Bentlage 6
B - JAAR

Alle lezingen van
Sacramentsdag

HOOGFEEST VAN HET SACRAMENT VAN HET LICHAAM EN BLOED VAN CHRISTUS




Eerste lezing: Uit het boek Exodus 24,3-8

In die dagen stelde Mozes het volk in kennis
van alle woorden en bepalingen van de HEER.
Eenstemmig betuigde het volk:
“Alle woorden die de HEER tot ons gesproken heeft
zullen wij onderhouden.”
Daarop stelde Mozes alle woorden van de HEER op schrift.
De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar
en stelde twaalf wijstenen op,
naar de twaalf stammen van Israël.
Toen gaf hij jonge Israëlieten de opdracht
stieren op te dragen als brand- en slachtoffers voor de HEER.
Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen
terwijl hij de andere helft uitgoot over het altaar.
Toen nam hij het verbondsboek en las dit voor aan het volk.
En zij verzekerden:
“Alles wat de HEER zegt zullen wij doen en ter harte nemen.”
Vervolgens nam Mozes het bloed,
sprenkelde dat over het volk en sprak:
“Dit is het bloed van het verbond dat de HEER,
op grond van al deze woorden, met u sluit.”

Tweede lezing: Uit de brief aan de Hebreeën 9,11-17

Broeders en zusters,

Nu is Christus gekomen,
de hogepriester van het waarachtige heil.
De tent van zijn priesterschap
is groter en volmaakter dan de vorige;
ze is niet gemaakt door mensenhand,
dat wil zeggen, ze behoort niet tot onze geschapen wereld.
Het bloed van zijn offer is zijn eigen bloed,
niet dat van bokken en kalveren.
Zo is Hij het heiligdom binnengegaan, eens voor altijd
en Hij heeft een eeuwige verlossing verworven.
Want als het bloed van bokken en stieren
en de gesprenkelde as van een vaars
de verontreinigden kan heiligen zodat zij wettelijk rein worden,
hoeveel groter is dan de kracht van Christus” bloed!
Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd,
een smetteloos offer
dat onze ziel zuivert van dode werken
om de levende God te eren.

En daarom is Hij middelaar van een nieuw verbond:
er heeft een sterven plaatsgehad
dat bevrijding brengt van de zonden
die onder het eerste verbond zijn bedreven;
nu kunnen zij die door God geroepen zijn
het erfdeel ontvangen dat hun is toegezegd.
Geeft niet de beker der zegeningen, die wij zegenen,
gemeenschap met het bloed van Christus?
Geeft niet het brood dat wij breken,
gemeenschap met het lichaam van Christus?
Omdat het brood één is,
vormen wij allen één lichaam,
want allen hebben wij deel aan het ene brood.

Evangelie: Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 14,12-16; 22-26

Op de eerste dag van het ongedesemde brood,
de dag waarop men het paaslam slacht,
zeiden zijn leerlingen tot Jezus:
“Waar wilt Gij dat wij voorbereidselen gaan treffen
zodat Gij het paasmaal kunt houden?”
Hij zond daarop twee van zijn leerlingen uit met de opdracht:
“Gaat naar de stad
en daar zult ge een man tegenkomen
die een kruik draagt;
volgt hem
en zegt aan de eigenaar van het huis waar hij binnengaat:
De Meester laat vragen:
Waar is de zaal voor Mij,
waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden?
Hij zal u dan een grote bovenzaal laten zien
met rustbedden en van al het nodige voorzien;
maakt daar alles voor ons klaar.”
De leerlingen vertrokken,
gingen de stad binnen,
vonden alles zoals Hij het hun gezegd had
en maakten het paasmaal gereed.
Onder de maaltijd nam Jezus brood,
sprak de zegen uit,
brak het en gaf het hun, met de woorden:
“Neemt,
dit is mijn Lichaam.”
Daarna nam Hij de beker
en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe
en zij dronken allen daaruit.
En Hij sprak tot hen:
“Dit is mijn Bloed van het Verbond,
dat vergoten wordt voor velen.
Voorwaar, Ik zeg u:
Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt
tot op de dag waarop Ik het, nieuw,
zal drinken in het Koninkrijk van God.”
Nadat zij de lofzang gezongen hadden
gingen zij naar de Olijfberg.

Afdrukken E-mail

Archief 2019