13 mei - Hemelvaart van de Heer

Bentlage 6
B - JAAR

Alle lezingen van de

Hemelvaart van de Heer




Eerste lezing
Uit de Handelingen der Apostelen 2,1-11

Toen de dag van Pinksteren aanbrak
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam uit de hemel
een gedruis alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek
en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de heilige Geest
en zij begonnen te spreken in vreemde talen,
naar gelang de Geest hun te vertolken gaf.
Nu woonden er in Jeruzalem Joden,
vrome mannen,
die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop
en tot hun verbazing
hoorde iedereen hen spreken in zijn taal.
Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:
“Maar zijn allen die daar spreken dan geen Galileeërs?
Hoe komt het dan
dat ieder van ons hen hoort spreken
in zijn eigen moedertaal?
Parten, Meden en Elamieten,
bewoners van Mesopotámië, van Judea en Kappadócië,
van Pontus en Asia,
van Frygië en Pamfylië,
Egypte en het gebied van Líbië bij Cyréne,
de Romeinen die hier verblijven,
Joden zowel als proselieten,
Kreténzen en Arabieren,
wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Tweede Lezing:
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de Christenen van Efeze  4,1-13

Broeders en zusters,

Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang:
leidt een leven dat beantwoordt
aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,
in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid,
liefdevol elkaar verdragend.
Beijvert u
de eenheid des Geestes te behouden
door de band van de vrede:
één lichaam en één Geest,
zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop,
waarvoor Gods roeping borg staat.
Eén Heer, één geloof, één doop.
Eén God, en Vader van allen,
die is boven allen, en met allen, en in allen.
Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend
naar de maat van Christus” gave.

Daarom zegt de Schrift:
“Hij is opgevaren naar den hoge,
Hij heeft gevangenen meegevoerd,
Hij heeft gaven gegeven aan de mensen.”
Hij is opgestegen:
dit betekent dat Hij eerst in de diepte is afgedaald,
tot op de aarde.
Hij die is neergedaald,
is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen,
om het heelal te vervullen.
Hij heeft ook gaven gegeven:
sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten,
anderen evangelisten,
weer anderen herders en leraars.
Zo heeft Hij de heiligen toegerust voor het werk der bediening,
tot opbouw van het lichaam van Christus,
totdat wij allen tezamen komen
tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon,
tot de volmaakte Man,
tot de gehele omvang van de volheid van de Christus.

Evangelie: Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 16,15-20

In die tijd toen Jezus aan de elf verscheen,
sprak Hij tot hen:
“Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.
Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden,
maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden.
En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen:
in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven,
nieuwe talen spreken,
slangen opnemen;
zelfs als ze dodelijk vergif drinken
zal het hun geen kwaad doen;
en als ze aan zieken de handen opleggen
zullen dezen genezen zijn.”
Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had,
werd Hij ten hemel opgenomen
en Hij zit aan de rechterhand van God.
Maar zij trokken uit om overal te prediken,
en de Heer werkte met hen mee
en schonk kracht aan hun woord
door de tekenen die het vergezelden.


Afdrukken E-mail