10 mei - Hemelvaart van de Heer (Ned.)

Bentlage 6
B - JAAR

Alle lezingen van

Hemelvaartsdag
Nederland




 



Eerste Lezing: Uit de handelingen der apostelen 1,1-11

Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven
over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag,
waarop Hij zijn opdracht gaf aan de Apostelen
die Hij door de Heilige Geest had uitgekozen,
en waarop Hij ten hemel werd opgenomen.
Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen
dat Hij in leven was.
Hij verscheen hun gedurende veertig dagen
en sprak met hen over het Rijk Gods.
Terwijl Hij met hen at
beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten,
maar de belofte van de Vader af te wachten
die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt:
“Johannes doopte met water,
maar gij zult over enkele dagen
gedoopt worden met de Heilige Geest.”
Terwijl zij eens bijeengekomen waren
stelden zij Hem de vraag:
“Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?”
Maar Hij gaf hun ten antwoord:
“Het komt U niet toe dag en uur te kennen
die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld.
Maar gij zult kracht ontvangen
van de Heilige Geest die over U komt,
om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem,
in geheel Judea en Samaria
en tot het einde der aarde.”
Na deze woorden
werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven
en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden,
stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden:
“Mannen van Galilea,
wat staat ge naar de hemel te kijken?
“Deze Jezus
die van U is weggenomen naar de hemel,
zal op dezelfde wijze wederkeren
als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”

 
Tweede Lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de Christenen van Efeze  4,1-13 OF: 4,1-7.11-13

Broeders en zusters,

Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang:
leidt een leven dat beantwoordt
aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,
in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid,
liefdevol elkaar verdragend.
Beijvert u
de eenheid des Geestes te behouden
door de band van de vrede:
één lichaam en één Geest,
zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop,
waarvoor Gods roeping borg staat.
Eén Heer, één geloof, één doop.
Eén God, en Vader van allen,
die is boven allen, en met allen, en in allen.
Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend
naar de maat van Christus” gave.

Daarom zegt de Schrift:
“Hij is opgevaren naar den hoge,
Hij heeft gevangenen meegevoerd,
Hij heeft gaven gegeven aan de mensen.”
Hij is opgestegen:
dit betekent dat Hij eerst in de diepte is afgedaald,
tot op de aarde.
Hij die is neergedaald,
is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen,
om het heelal te vervullen.
Hij heeft ook gaven gegeven:
sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten,
anderen evangelisten,
weer anderen herders en leraars.
Zo heeft Hij de heiligen toegerust voor het werk der bediening,
tot opbouw van het lichaam van Christus,
totdat wij allen tezamen komen
tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon,
tot de volmaakte Man,
tot de gehele omvang van de volheid van de Christus.

of
 
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de Christenen van Efeze  1,17-23

Broeders en zusters, Ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus,
de Vader der heerlijkheid,
U de Geest te geven van wijsheid en openbaring
om Hem waarachtig te kennen.
Moge Hij Uw innerlijk oog verlichten
om te zien, hoe groot de hoop is waartoe hij U roept,
hoe rijk
de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden der heiligen
en hoe overgroot zijn macht is in ons die geloven.
Dezelfde sterkte en kracht heeft Hij betoond in Christus,
toen Hij Hem opwekte uit de dood
en zette aan zijn rechterhand in de hemelen,
hoog boven alle heerschappijen,
machten, krachten en hoogheden
en boven elke naam die genoemd wordt,
niet alleen in deze maar ook in de toekomstige tijd.
Alles heeft God onder zijn voeten gelegd,
en Hemzelf, verheven boven alles,
heeft Hij als Hoofd gegeven aan de kerk d
ie zijn lichaam is,
de volheid van Hem, die het al in alles vervult.

 
Evangelie: Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 16,15-20

In die tijd toen Jezus aan de elf verscheen,
sprak Hij tot hen:
“Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.
Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden,
maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden.
En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen:
in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven,
nieuwe talen spreken,
slangen opnemen;
zelfs als ze dodelijk vergif drinken
zal het hun geen kwaad doen;
en als ze aan zieken de handen opleggen
zullen dezen genezen zijn.”
Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had,
werd Hij ten hemel opgenomen
en Hij zit aan de rechterhand van God.
Maar zij trokken uit om overal te prediken,
en de Heer werkte met hen mee
en schonk kracht aan hun woord
door de tekenen die het vergezelden.

Afdrukken E-mail