28 januari - 4de Zondag door het jaar B

Bentlage 6

B - JAAR

Alle lezinge
n van de

4de Zondag door het jaar






Eerste lezing: Uit het boek Deuteronomium 18,15-20

Mozes sprak tot het volk en zei:
“Uit uw eigen broeders zal de HEER uw God
een profeet doen opstaan zoals ik dat ben,
naar wie gij moet luisteren.
Gij hebt dat immers bij de Horeb
op de dag van de samenkomst aan de HEER uw God gevraagd.
Toen hebt gij gezegd:
Laat mij de stem van de HEER mijn God niet meer horen
en dat grote vuur niet meer zien,
anders sterf ik.
De HEER heeft mij toen gezegd:
Zij hebben gelijk.
Ik zal uit hun broeders een profeet doen opstaan
zoals gij dat zijt.
Ik zal hem mijn woorden in de mond leggen
en hij zal hun alles zeggen wat Ik hem opdraag.
En van hem die geen gehoor geeft
aan de woorden die hij in mijn naam spreekt,
zal Ik zelf rekenschap vragen.
Is er een profeet die zich vermeet
in mijn naam te spreken zonder dat Ik hem opdracht heb gegeven,
of die spreekt in de naam van andere goden,
dan moet hij sterven, die profeet.”

Tweede lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 7,32-35

Broeders en zusters,

Ik zou willen dat gij zonder zorgen waart.
Wie niet getrouwd is heeft zorg voor de zaak des Heren,
hoe hij de Heer kan behagen.
Maar de getrouwde heeft zorg voor aardse zaken
en wil zijn vrouw behagen,
en zijn aandacht is verdeeld.
De vrouw die geen man meer heeft
en het ongehuwde meisje
hebben zorg voor de dingen van de Heer,
om heilig te zijn naar lichaam en geest.
De getrouwde vrouw wijdt haar zorgen aan aardse dingen
en zij wil haar man behagen.
Dit alles zeg ik tot uw bestwil,
niet om uw vrijheid aan banden te leggen;
het gaat mij alleen om de eerbaarheid
en om een onverdeelde toewijding aan de Heer.

Evangelie: Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 1,21-28

In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen in Kafarnaüm,
en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge
waar Hij als leraar optrad.
De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer,
want Hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden
maar als iemand die gezag bezit.
Er bevond zich in hun synagoge juist een man
die in de macht was van een onreine geest
en luid begon te schreeuwen:
“Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken?
Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten.
Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods.”
Jezus voegde hem toe:
“Zwijg stil en ga uit hem weg.”
De onreine geest schudde hem heen en weer,
gaf nog een luide schreeuw en ging uit hem weg.
Allen stonden zó verbaasd dat ze onder elkaar vroegen:
“Wat betekent dat toch?
Een nieuwe leer met gezag!
Hij geeft bevel aan de onreine geesten en ze gehoorzamen Hem.”
Snel verspreidde zijn faam zich naar alle kanten
over heel de streek van Galilea.

Afdrukken E-mail