17 september - 24ste Zondag door het jaar A

bijbel1 Alle lezingen van 17 september

24ste Zondag door het jaar A
Eerste lezing

Uit het boek Ecclesiasticus - Jezus Sirach 27,30-28,7

Wrok en woede zijn iets afschuwelijks:
alleen een zondaar blijft ermee lopen.
Wie wraak neemt, zal de wraak van de Heer voelen:
Hij zal zijn zonden nooit uit het oog verliezen.
Vergeef je naaste zijn onrecht:
dan worden, wanneer je erom bidt,
jouw eigen zonden kwijtgescholden.
Kan een mens die tegenover een medemens in zijn woede volhardt,
bij de Heer zijn heil komen zoeken?
Kan hij die onverbiddelijk is voor zijn medemens,
om vergeving bidden voor zijn eigen zonden?
Als iemand die zelf maar een mens is,
in zijn wrok volhardt,
wie zal dan verzoening bewerken voor zijn zonden?
Denk aan het einde en houd op met haten;
denk aan de ondergang en de dood
en houd je aan de geboden.
Denk aan de geboden en koester geen wrok tegen je naaste;
denk aan het verbond met de Allerhoogste
en zie door de vingers wat maar onwetendheid is.

Tweede lezing
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome 14,7-9

Broeders en zusters,
Niemand van ons leeft immers voor zichzelf alleen,
en niemand sterft voor zichzelf alleen.
Zolang wij leven, leven wij voor de Heer,
en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer:
of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe.
Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden:
om Heer te zijn over doden en levenden.

Evangelie
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 18,21-35

In die tijd kwam Petrus bij Jezus en zei:
`Heer, hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven als hij mij iets misdoet?
Tot zeven keer toe?’
Jezus zei hem:
`Niet tot zeven keer toe, zeg Ik je,
maar tot zeventig maal zeven keer toe.
In dit opzicht gaat het met het koninkrijk der hemelen
als met een koning die met zijn dienaren afrekening wilde houden.
Toen hij begonnen was met afrekenen,
werd er iemand bij hem gebracht
die een schuld had van tienduizend talenten.
bijbel 10Omdat hij niet kon betalen,
gaf de heer het bevel om hem met vrouw en kinderen
en alles wat hij had te verkopen, zodat hij zou kunnen betalen.
Daarop viel de dienaar voor hem neer en vroeg:
`Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen.”
De heer kreeg met die dienaar te doen en liet hem vrij,
en hij schold hem het geleende geld kwijt.
Toen die dienaar buiten kwam, trof hij een van zijn mededienaren,
die hem honderd denariën schuldig was;
hij greep hem bij de keel en zei: `Betaal wat je me schuldig bent.”
Daarop viel zijn mededienaar voor hem neer en smeekte hem:
`Heb geduld met mij, en ik zal je betalen.”
Dat wilde hij niet, integendeel, hij liet hem zelfs gevangenzetten
tot hij het verschuldigde bedrag betaald zou hebben.
Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was,
waren zij buitengewoon ontstemd
en gingen alles wat er gebeurd was aan hun heer vertellen.
Toen riep zijn heer hem bij zich en zei:
`Jij slechte dienaar, ik heb je heel die schuld kwijtgescholden,
toen je mij daarom smeekte.
Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar,
zoals ik medelijden heb gehad met jou?”
En zijn heer werd zo kwaad, dat hij hem overleverde aan de beulen,
totdat hij heel zijn schuld zou hebben terugbetaald.
Zo zal ook mijn hemelse Vader met jullie doen,
als niet ieder van jullie zijn broeder van ganser harte vergeeft.’

Afdrukken E-mail