2 juli - 13de Zondag door het jaar A

bijbel1 Alle lezingen van de

13de Zondag door het jaar A
Eerste lezing: Uit het tweede boek der Koningen 4,8-11.14-16a

Op een dag kwam de profeet Elisa langs Sunem.
Daar woonde een welgestelde vrouw
die hem met aandrang uitnodigde om bij haar te komen eten.
En iedere keer als hij daar in de buurt kwam, ging hij daar eten.
Daarom zei de vrouw tegen haar man:
`Luister eens, ik heb gemerkt dat de man die altijd bij ons aankomt,
een heilige man van God is.
Laten we op ons huis een kleine kamer voor hem metselen
en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp in zetten;
als hij dan bij ons aankomt kan hij daar zijn intrek nemen.’
Toen Elisa er dus op een dag weer aankwam,
kon hij de bovenkamer betrekken en gaan rusten.
Hierop vroeg Elisa:
`Kunnen we dan werkelijk niets voor haar doen?’
Gechazi antwoordde:
`Zij heeft helaas geen zoon en haar man is oud.’
Toen riep hij: `Roep haar.’
Hij riep haar en zij bleef in de deuropening staan.
En Elisa zei: `Volgend jaar om deze tijd zult u een zoon aan uw hart drukken.’

Tweede lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome 6,3-4.8-11

Zusters en broeders,
Weet u niet dat wij door de doop,
die ons één heeft gemaakt met Christus Jezus,
delen in zijn dood?
Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven,
opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader
uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden gaan leiden.
Indien wij met Christus gestorven zijn,
geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven.
Want wij weten dat Christus, eenmaal uit de doden opgewekt,
niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem.
Door de dood die Hij is gestorven,
heeft Hij afgerekend met de zonde, eens en voorgoed;
het leven dat Hij leeft, heeft alleen met God van doen.
Zo moet u ook uzelf beschouwen:
als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.

Evangelie: Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 10,37-42

Jezus zei tot zijn  apostelen:
Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij,
is Mij niet waard.
Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij,
is Mij niet waard.
Wie zijn kruis niet opneemt en Mij niet volgt,
is Mij niet waard.
Wie zijn leven vindt, zal het verliezen,
en wie zijn leven verliest omwille van Mij,
zal het vinden.
Wie jullie ontvangt, ontvangt Mij,
en wie Mij ontvangt,
ontvangt Hem die Mij gezonden heeft.
Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is,
krijgt het loon van een profeet,
en wie een rechtvaardige opneemt omdat het een rechtvaardige is,
krijgt het loon van een rechtvaardige.
Wie één van deze kleinen een beker koud water geeft
omdat het een leerling is,
Ik verzeker jullie,
zijn loon zal hem niet ontgaan.’

Afdrukken E-mail