22 januari - 3de Zondag door het jaar A

bijbel1 Alle lezingen van de

3de Zondag door het jaar A
Eerste lezing: Uit de Profeet Jesaja 8,23b; 9,3

In vroeger tijd is er oneer gebracht
over het land Zebulon en over het land Naftali,
maar in de toekomst wordt er eer gebracht
over de zeeweg
en de overkant van de Jordaan,
en over het gewest van de heidenen.
Het volk dat in het donker wandelt
ziet een groot licht;
een licht straalt over hen
die wonen in het land van doodse duisternis.
Gij hebt hun blijdschap vermeerderd,
hun vreugde vergroot.
Voor uw aanschijn zijn zij vol vreugde,
een vreugde als die om de oogst,
als die van mensen,
die jubelen bij het verdelen van de buit.
Want het juk dat zwaar op het volk drukte,
de stang op hun schouders,
en de stok van de drijvers,
Gij hebt ze stukgebroken
als op de dagen van Midjan.

Tweede lezing:  Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 1,10-13.17

Broeders en zusters,

ik bezweer u bij de naam van onze Heer Jezus Christus:
weest allen eensgezind,
laat er geen verdeeldheid onder u zijn;
weest volkomen een van zin en een van gevoelen.
Er is mij namelijk door de huisgenoten van Chloë over u verteld,
broeders en zusters,
dat er onenigheid onder u heerst.
Ieder van u schijnt zijn eigen leus te hebben:
`Ik ben van Paulus.' `Ik van Apollos.'
Ik van Kefas.' Ik van Christus.'
Is Christus dan in stukken verdeeld?
Is Paulus voor u gekruisigd?
Of zijt gij gedoopt in de naam van Paulus?
Christus heeft mij niet gezonden om te dopen.
Hij heeft mij gezonden om het evangelie te verkondigen,
en dat niet met wijsheid van woorden;
anders zou het kruis van Christus zijn kracht verliezen.

Evangelie: Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheüs 4,12-23

Toen Jezus vernam dat Johannes was gevangen genomen,
week Hij uit naar Galilea.
Met voorbijgaan echter van Nazaret
vestigde Hij zich in Kafarnaüm
aan de oever van het meer,
in het grensgebied van Zebulon en Naftali,
opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet Jesaja:
“Land van Zebulon, land van Naftali,
liggend aan de zee, Overjordanië:
Galilea van de heidenen!
Het volk dat in de duisternis zat,
heeft een groot licht aanschouwd;
en over hen die in het land
van doodse duisternis gezeten waren,
over hen is een licht opgegaan.”
Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen:
“Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.” (Eens toen Hij zich bij het meer van Galilea ophield,
zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd
en diens broer Andreas.
Zij waren bezig het net uit te werpen in het meer;
het waren namelijk vissers.
Hij sprak tot hen:
“Komt, volgt Mij;
Ik zal u vissers van mensen maken.”
Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.
Iets verder zag Hij nog twee broers,
Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en diens broer Johannes;
met hun vader Zebedeüs waren zij in de boot
de netten een het klaarmaken.
Hij riep hen,
en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter
en volgden Hem.
Jezus trok rond door geheel Galilea,
terwijl Hij als leraar optrad in hun synagogen,
de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk
en alle ziekten en kwalen onder het volk genas.)

Afdrukken E-mail