Weekwoord van de rector 2018

25 november - Omgaan met angst

Angst en angstig zijn is moeilijk weg te poetsen uit het leven. Het is een gegevenheid. Soms denk je angst door inzicht overwonnen te hebben, maar dan plots zonder een aanwijsbare redenen is toch weer die angst. Misschien kunnen we zeggen dat de problematiek van angst niet op te lossen is, maar dat je er wel mee kunt leren leven. In de ergste gevallen dient men medische of geestelijke begeleiding te zoeken. Blijf er niet alleen mee zitten. Spreek er over. Treed ermee naar buiten. Zelf kun je een stuk verder komen door inzicht te krijgen in de bronnen van angst die bij jou een rol spelen. Je kunt erover lezen. Er niet voor weglopen, maar onder de loep nemen. Met vrienden erover spreken. Een veel gemaakte fout is dat je de schuld bij anderen legt. Het kan zijn dat je angstig gemaakt bent mede door toedoen van je ouders of van situaties in je jeugd. Maar daar het probleem neerleggen lost niets op. Een volwassen mens zal op een gegeven moment zelf verantwoordelijkheid nemen voor zijn of haar leven. Met alles wat je meegekregen hebt, met het goede en het kwade, zul je zelf vorm moeten geven aan je leven. Zorgen voor een geordende woonomgeving, voor voldoende sociale contacten, voor een goede dagorde bieden over het algemeen een kader om goed te kunnen leven met het mooie dat je mag ontvangen en met de lasten die je te dragen krijgt. Maar er is meer. Angst, zo gaf ik aan, sluit aan bij wat er leeft in onze cultuur. Een mens is niet alleen op de wereld. Heel het drama van de geschiedenis is ook onze geschiedenis. Met de slachtoffers van het seksueel misbruik zijn wij tevens slachtoffers. Hun pijn is in een zekere zin ook onze pijn. De oorlogen uit het verleden zijn ook onze oorlogen. Wij dragen ze mee, moeten ermee leren leven. Hun geschiedenis is ook onze geschiedenis. De mens is niet alleen, hij is ook de mensheid. In onze individualistische tijd hebben we dat niet telkens voor ogen. Wel voelt eenieder aan dat je bent die je bent door je ouders, je grootouders, etc. Dit kan men doortrekken naar alle volkeren en culturen. Dit geeft ook een eigen kijk op onze Godsdienst. God is een God van mensen. Hij trekt met ons mee. Hij heeft zich aan ons laten kennen. Zich met ons verbonden. Hij laat de mens vrij, maar de mens mag op Hem rekenen. Tot Abraham zegt God: ‘in u zal ik alle volkeren zegenen.’ Uit Abraham stamt het Joodse volk. God gaat er een band mee aan. God laat zijn volk, en daarmee alle volkeren, nooit alleen. We kennen de geschiedenis van Israël. Die geschiedenis vindt zijn hoogtepunt, zo zien wij Christenen het, in de dood en de verrijzenis van Christus. Hij overwint de dood. De dood noemt men wel de bron van alle angst. Daarom noemt men de geschiedenis van het Joodse volk die zijn voltooiing bereikt in Christus: ‘heilsgeschiedenis’. Hij overwint het kwaad en schenkt de mens zijn heelheid terug. Wij vieren het einde van het kerkelijk jaar met het Feest van Christus Koning. Hij zal wederkomen als Koning van alle volkeren, die Hij samenbrengt. Tegelijk kondigt dit feest de Advent aan de voorbereiding op het feest van Jezus geboorte. De kerk verbindt uw en mijn leven, ja in beginsel het leven van alle mensen met Christus om in Hem de dood en daarmee alle angst te overwinnen. Leven in verbondenheid met Christus is met Hem doorheen alle lijden, alle angst, alle dood gaan, is met Hem sterven om op te staan tot het volle leven voor het aangezicht van God.

Bisschop Hurkmans
Rector van de Friezenkerk in Rome

Afdrukken E-mail