Weekwoord van de rector 2018

8 juli 2018 - Het sacrament van verzoening - De biecht

Het sacrament van verzoening

De biecht

God alleen kan zonden vergeven. Jezus als Zoon van God zocht zondaars op om hen terug te brengen naar God en hen weer terug te plaatsen in de gemeenschap. Hij kon zonden vergeven. Voor zijn hemelvaart gaf Hij zijn leerlingen de heilige Geest en de volmacht om in zijn Naam zonden te vergeven. In het sacrament van verzoening mag de priester in Jezus’ Naam degenen die biechten weer thuisbrengen bij God en thuisbrengen in de Kerk.

Wie voor het eerst het sacrament van de biecht ontvangt zal zich laten helpen door de biechtvader. Je begint met een goede voorbereiding. In een gewetensonderzoek ga je na welke zonden je bedreven hebt, waar je in te kort geschoten bent. Daarna kom je tot berouw, tot spijt. Je wilt niet het kwaad, maar het goede. Je wilt niet los leven van God en van de geloofsgemeenschap. Na deze voorbereiding kun je gaan biechten. De priester zal je verwelkomen, je een zegen geven met de bedoeling dat je je zonden eerlijk kunt belijden. De priester zal terughoudend zijn en zeker niet nieuwsgierig. Hij heeft een biechtgeheim. De biechteling spreekt tot God en alles wat de priester als mens hoort zal hij nooit met een ander delen. Hij helpt de biechteling, maar zal niets van wat hij weet ooit gebruiken of bespreken. Voor een goede biecht is een oprechte en duidelijke belijdenis van de zonden belangrijk. Men moet daarna niet hoeven te denken: heb ik mijn zonden wel echt beleden? Tevens hoort er bij uitdrukking te geven aan het vaste voornemen niet meer te zondigen. De priester zal je iets zeggen over Gods barmhartigheid, hij zal je vragen je zonden als het kan goed te maken of een daad van genoegdoening te stellen. Meestal een gebed. Daarna volgt een samenvatting, in het uitspreken van de schuldbelijdenis. Dan geeft de priester in een gebed je de vrijspraak van zonden, de absolutie. Het is goed te weten dat God geeft wat Hij belooft te geven. Echte kwijtschelding van zonden. Dit nodigt uit tot bidden. God danken voor zijn barmhartigheid en vragen om de kracht niet meer te zondigen.

De gelovigen dienen grote zonden te biechten. Zij kunnen alleen door dit sacrament vergeven worden. Het is aan te bevelen regelmatig te biechten om te groeien in een christelijk leven. Kleinere zonden worden ook op een andere wijze vergeven, bijvoorbeeld door de schuldbelijdenis aan het begin van de Eucharistieviering.

Afdrukken E-mail