Weekwoord van de rector 2018

1 april 2018 - Stilte XIV - Hij is niet hier, Hij is verrezen

Hij is niet hier, Hij is verrezen
Wat moet het een bijzondere stilte geweest zijn op de eerst vroege Paasmorgen. Maria Magdalena ging naar het graf om de gestorven Heer te verzorgen. Zij kwam bij het graf. De steen was weggerold. Met een ingehouden adem moet ze naar binnen gekeken hebben. De stilte van de dood werd gebroken door de stem van een engel die schitterde in het licht. Hij is niet hier, Hij is verrezen! Maria kon die boodschap niet vatten. Ze ging Hem zoeken. Wie was er met het stoffelijk overschot van haar Heer vandoor? Ze zag een man. In de veronderstelling dat het de tuinman was vroeg ze hem: ‘waar is mijn Heer? Heb jij hem ergens anders weggelegd?’ Dan klinkt uit de stilte van voorbij de dood de stem van haar Heer en Hij zegt: Maria! Dan gaan haar de ogen open. Zij ziet haar Heer in een totaal andere werkelijkheid. Ongrijpbaar. Ze slaakt uit ’Rabboeni’! 

Het begin van de verhalen rond de verrijzenis van onze Heer. Op die stille Paasmorgen wordt alles anders. Hoe mooi was aan het begin de schepping. Zo moet de morgen zijn geweest van onze herschepping. God die alles het bestaan had gegeven, de Vader van de Heer gaf het nieuwe leven. Hij zette de nieuwe schepping in. In de verrijzenis is duidelijk dat de macht van het kwaad, de macht van de dood gebroken zijn. Nieuw leven overstroomt de wereld. Christus brengt de leerlingen samen. De Heilige Geest komt over hen. De Kerk wordt geboren. De H. Schrift wordt herlezen en het Oude Testament brengt het Nieuwe Testament voort. Het blijft een eenheid. Men komt in gebed samen rond de Heer. De Sacramenten krijgen vorm. Men beoefent de naastenliefde. Een nieuwe gemeenschap ontstaat. In de wereld, maar niet van de wereld. Dit vraagt altijd door vernieuwing. Een nieuwe gemeenschap in de verrezen Heer. Hij is er het hoofd van. Christus is het hoofd van de Kerk.

Wij, christenen van nu, mogen nieuwe mensen worden. In onze omgang met elkaar en met God. Het vraagt om stilte. Het vraagt om gebed. Het vraagt om het leven in geloof, in hoop en in liefde te leven. Het vraagt om deelname aan het kerkelijk leven. Liturgie, catechese, en dienst aan de armen. Het nieuwe leven mogen we telkens opnieuw ontvangen. Het nieuwe leven vraagt van ons dat wij ons verbinden met God en met onze medemensen. De stilte helpt in dit alles door te dringen.

Afdrukken E-mail