Weekwoord van de rector 2018

12 maart 2018 - Stilte XI - Lijden

Lijden.

Nergens is de stilte zo diep en zo pijnlijk als in het lijden. Als het kwaad de vorm krijgt van strijd tussen mensen, is er geschreeuw van de lust te vernietigen, maar bij de toeschouwer stokt de adem in de keel, hij kan geen woord uitbrengen. Wij kunnen naar onze geschiedenis kijken als een geschiedenis waar het kwaad het steeds weer wint van het goede. Oorlog op oorlog, moord na moord. Mensen die iedere keer weer opnieuw in conflict raken met elkaar, zo sterk dat ze elkaar geen woord meer waardig achten. Mensen zwijgen mensen dood. In de grote politiek, maar ook in het leven van alle dag. Een filosoof zei eens: homo homini lupus! De mens is voor de mens een wolf. Er is ook het kwaad dat je overkomt. Daar is niemand schuldig aan. Het wordt je niet aangedaan door mensen. Het heeft te maken met het drama van het kwaad dat huist in ons bestaan. Heel de schepping is nog getekend door het kwaad. Oude en jonge mensen sterven. Kinderen komen met grote beperkingen ter wereld. Ongelukken en natuurrampen blijven onderdeel van ons dagelijks leven. Hoeveel lijden is er niet. In stilte gedragen. Er zijn geen woorden voor. Er zijn ook geen verklaringen voor, geen antwoorden waarom het zo moet.

In de veertigdagentijd laten we het lijden in de liturgie in ons geestelijk leven toe. De Kerk biedt ons een weg om ermee te leren leven. God wil het kwaad niet, Hij wil het goede. God wil geen gebrokenheid, Hij wil heelheid, God wil niet de dood, Hij wil het leven. Het mysterie van het kwaad is het mysterie van de zonden. Voor ons niet te doorgronden. Jezus is mens geworden om het kwaad, de dood te overwinnen en om voor de mensen de weg te openen naar het goede, naar heelheid, naar het Leven. Zelf is Hij Zijn weg door het kwaad, door de gebrokenheid, door de dood gegaan. Daar is Hij niet in vastgelopen. Hij is uit de dood opgestaan. Daarom is Jezus voor ons een steun en toeverlaat. Wat wij ook moeten doormaken, Jezus ging ons voor. We kunnen ons aan Hem vasthouden. Dit deed Titus Brandsma. Hij hield zich vast aan Jezus in het geloof dat Hij hem zou meetrekken door de dood heen. In zulk een leven is de stilte van het lijden geen doodse stilte, maar een stilte draagbaar door het geloof en de hoop. Jezus is ons voorgegaan in het diepste lijden. Op het kruis riep Hij: Vader, waarom hebt Ge mij verlaten? Voor Jezus was het lijden een lijden voor de mensen. Hij leed voor de ander. Dat maakt het ook anders. Titus Brandsma leed voor de vrijheid. Kunnen wij het lijden niet verstaan als een lijden voor de nieuwe wereld die komt? Lijden hoeft geen gesloten last te zijn. Het is open te breken. We lijden met Jezus, Hij ging ons voor. We lijden om een nieuwe wereld te laten komen waarvan wij ook deel uitmaken. Het is tasten naar zin, ik geef het toe. Maar ook op het lijden zou men zich moeten voorbereiden. Het hoort bij het leven.

Afdrukken E-mail