April 2013

In memoriam Tiny Muskens (1935-2013) Door Arjan Broers

Mgr. Tiny Muskens                                                                                   17 april 2013

Hij had het zich zo mooi voorgesteld: op zijn 75ste verjaardag zouden zijn vrienden om zijn sterfbed staan en het Veni Creator Spiritus zingen. Maar Tiny Muskens stierf in de nacht en helemaal alleen, 77 jaar oud, op 17 april 2013. Of hij, zoals hij graag wilde, bij bewustzijn zijn laatste adem kon teruggeven aan God, dat blijft tussen hem en de Schepper.

Martinus (Tiny) Muskens werd op 11 december 1935 geboren in Elshout, als tweede zoon in een hecht en welgesteld boerengezin met vier jongens. En hoewel hij al op zijn twaalfde het dorp verliet om naar kostschool en seminarie te gaan, bleef hij zijn geboortegrond altijd trouw. Zo veel hij kon – zelfs toen hij in Rome woonde – kwam hij eind mei naar de ‘Onzendag’, als aan het einde van de drukke Mariamaand in het bedevaartsoord Elshout de weggetrouwde dorpelingen zich verzamelen.
En Muskens regelde al zeker 25 jaar geleden dat hij begraven zou worden naast zijn ouders, achter de dorpskerk.

Boeken vol!
Over Muskens kan ik boeken volschrijven, en dat heb ik ook gedaan. Zijn biografie Wees niet bang (2004) is 400 pagina’s dik, het afscheidsboekje Opmaat tot Eeuwigheid is bescheidener, maar net zo rijk. Muskens leidde een boeiend bestaan en kon daar met veel gevoel voor details over vertellen: het Rijke Roomse Leven, Indonesië, Rome, zijn wereldreizen.
Muskens kon fabelachtig hard werken. In zijn zestien jaar in Rome bijvoorbeeld (van 1978 tot 1994) bouwde hij het Nederlands College om tot een internationaal studiehuis voor jonge priesters, gaf hij kerkgeschiedenis aan twee colleges, had hij een diplomatieke functie, bedacht en redde hij de Friezenkerk, en schreef hij twee historische studies.
In de acht jaar die hij in Indonesië werkte (1970-1978) richtte hij een kerkelijk informatiecentrum op en zorgde hij voor een vijfdelige kerkgeschiedenis van Indonesië, in het Indonesisch. Ondertussen reisde hij de wereld rond, en dan vooral de wereldkerk. Als hij iets interessants las, wilde hij erheen.

Het broodje
In 1994 werd Muskens bisschop van Breda. Hij zorgde voor hoop in de gepolariseerde kerkprovincie door de Acht Mei Manifestatie te bezoeken – waar hij zich overigens óók kritisch toonde over de kerkvernieuwers. Maar zijn landelijke doorbraak kwam toen hij voor de VPRO-camera zei: ‘Ik leerde vroeger al dat als je zo arm bent dat je niet kunt eten, je van Onze Lieve Heer wel een broodje mag wegnemen’.

BISSCHOP: STELEN MAG kopte de Telegraaf. Muskens had echter alleen de oude opvatting weergegeven dat het recht op leven belangrijker is dan het recht op eigendom. Maar de media hadden hem gevonden: iemand die tegenwicht kon bieden aan de eindeloze welvaart van de paarse jaren. Iemand die hardop zei dat er nog steeds armen waren in Nederland.
Muskens vertolkte die rol met graagte en inventiviteit. Hij leerde snel: oneliners en een sterk beeld werken beter dan genuanceerde lange betogen. ‘De bakkers begrijpen mij beter dan de politici’, zei hij bijvoorbeeld. En bleef het nieuws halen, door met zwervers op straat te slapen, een bordeel te bezoeken uit protest tegen vrouwenhandel, of door als vrijwilliger in een zorgcentrum te gaan werken.

Lange neus
In 1999 kreeg Muskens twee herseninfarcten die zijn lijf lam legden. Met veel revalidatie en geestkracht kwam hij terug. Zijn stem was zwak geworden, zijn linkerhand en –been deden het niet meer goed – en ook hij was warmer en milder geworden; sneller ontroerd en beter in staat zijn emoties te tonen.
Ondanks zijn handicap bleef Muskens in functie. Gevraagd naar hoe dat mogelijk was, zei hij: ‘Ik bestuur op basis van vertrouwen, niet van wantrouwen’. Zijn staf kreeg veel vrijheid en overlegde op cruciale momenten. Het is jammer dat hij de sfeer in zijn bisdom niet overgedragen kreeg op landelijk niveau. De verhoudingen met zijn collega-bisschoppen waren louter functioneel. Muskens verwachtte er niet veel van.
In 2001 kreeg Muskens de kous op de kop: hij mocht van Rome geen synode organiseren in het jubileumjaar 2003. Mogelijk gebeurde dit mede op verzoek van Nederlandse katholieken. De reactie is typerend voor de man: Muskens reisde naar Rome en liet publiekelijk zijn teleurstelling zien. Vervolgens organiseerde hij een ‘beraad’ vol verdiepende en feestelijke elementen in het bisdom, om daarna in 2003 met zo’n tweeduizend gelovigen als pelgrims naar Rome te trekken. Daar mocht hij de Mis vieren op het pauselijk hoofdaltaar in de Sint Pieter. Een was een lange neus van jewelste.

Herder
Het was spannend te volgen wat Muskens bedacht. In 2002 vierde hij zijn veertigjarig priesterschap op de markt in Breda, met de Jostiband en Pierre Kartner en zijn vrouw, die hun veertigjarig huwelijk vierden. In 2007 kwam hij in het nieuws omdat hij vond dat we God best Allah kunnen noemen. ‘Het betekent hetzelfde en de christenen in Indonesië en de Arabische landen noemen God ook Allah.’
Muskens was het soort religieus leider dat mensen willen: een herderlijke man, zo authentiek dat zelfs zijn botheid of kortaf zijn meestal voor lief werd genomen. Tegelijk was hij een kosmopoliet: iemand die veel Nederlanders bekrompen vond denken en in alles internationaal georiënteerd was.
We misten hem al op het nationale en kerkelijke toneel. We moeten hem nu echt missen, nu ook zijn laatste reis is voltooid. ‘Ik wil vrede sluiten met de dood en daarna nog lang en gelukkig leven’, zoals bij zijn afscheid als bisschop in 2008 het programma van zijn laatste jaren noemde.

Ik ben dankbaar voor zijn leven, voor zijn voorbeeld, de kansen die hij mij gaf, en voor zijn vriendschap.                                     

Samenvatting van de uitvaart van Mgr. Muskens   Klik hier. . . . .

Afdrukken E-mail