Januari 2019

Overdenking Ds. Klink op 19 Januari

Toen de apostel Johannes op het eiland Patmos op het strand in de richting van het huidige Turkije keek, was de toekomst onzeker. Dat gold zowel die van hemzelf als die van de kerk.

   Johannes was naar Patmos verbannen door keizer Domitianus, de eerste keizer die de christenen vervolgde. Hij was op hoge leeftijd gekomen. Zou hij ooit Efeze weerzien, de plaats waar hij jarenlang Christus en de christelijke gemeente had gediend? Wat hem vooral bezig hield was de vraag hoe het er met de christenen zou gaan. En hoe zou het gaan met de christenheid in zijn geheel. Johannes was de laatste nog levende apostel. De apostel Paulus was jaren geleden gedood in Rome, evenals Petrus. Als hij weg zou vallen, moest de kerk het stellen zonder apostelen – en dat in een tijd van vervolgingen.

Een onzekere toekomst. We kunnen enigszins met hem meevoelen. In onze tijd is onzekerheid troef: wat te denken van de chaotische toestanden in Amerika, in Engeland, in Frankrijk? Wat te denken van de situatie in Syrië, in Jemen, in Afghanistan? En vooral: wat te denken van de kerk? In het Westen zet de secularisatie door, in tal van landen komt de kerk meer en meer onder druk te leven.

   Als Johannes in de verte staat, gaat er veel door hem heen. Ineens hoort hij achter zich een geweldig geluid. Het is als het geluid van een waterval.  Voor wie een waterval hoort klateren, is het alsof zich om hem heen een geweldige ruimte opent. Zo is het voor Johannes. Hij kijkt om. Dan ziet hij iemand als een Mensenzoon – het is Christus in zijn heerlijkheid.

    De Zoon des mensen is een titel uit het Oude Testament. Hij wordt het eerst gebruikt in de profetie van Daniël. Daniël zag in een van zijn visioenen ‘de Zoon des mensen’, die op een wolk verscheen voor God. Even daarvoor had hij allerlei dieren gezien die de volkeren op de aarde teisterden. Toen trad er een stilte in en zag hij Gods troon, die opgesteld werd. Daarna zag hij de Zoon des mensen komen op een wolk. Hij en niet de roofzuchtige dieren kregen het voor het zeggen. De Zoon des mensen ontvangt de macht over alle volken en zijn macht is heilzaam!

    Het is opvallend dat Christus de titel ‘Zoon des mensen’ meerdere keren op zichzelf toepast. Hij doet dat ondermeer toen Kajafas Hem toebeet: ‘Ik bezweer U te zeggen wie U bent, beweert U dat U de Zoon van God bent?’, en Hij antwoordde: ‘U zegt het, en Ik zeg u: vanaf nu zult u die Zoon des mensen zien ter rechterhand van God.’ En na zijn sterven, toen Hij opgestaan was en zijn leerlingen ontmoette in Galilea, hield Hij hen voor: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.’

Johannes ontmoet hier de Zoon des mensen. In zijn ballingsoord op Patmos. Hij ziet Hem met nog grotere glorie dan destijds in Galilea. Wat in de omschrijving vooral opvalt, is het verblindende licht, waarin Christus verschijnt: een overweldigende  heerlijkheid.

    Geen wonder dat de apostel als dood voor zijn voeten valt. Wie kan dit aan?  Menselijke kracht is niet bij machte het te verdragen.

   Laatst hoorde ik een orgelbewerking dat als thema de annunciatie had. De componist liet twee toonsoorten bij elkaar komen. De ene was heel licht, maar indringend. De ene verklankte de woorden van de engel. De andere toonsoort was lager, hij hoorde bij de aarde. Beide raakten elkaar. Je merkte de spanning die dat oproept, omdat het twee ongelijksoortige werkelijkheden zijn. Niet voor niets staat er dat Maria verschrikte. Hier, op Patmos, breekt een nog veel grootsere glorie door in de aardse werkelijkheid dan bij Maria. Johannes valt daarom als dood voor voeten van de Zoon des mensen.

Dan gebeurt er iets. Jezus legt zijn rechterhand op het hoofd van Johannes en zegt: Vrees niet, Ik ben dood geweest en ik leef en heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk. Jezus zegt dus: ‘Wees niet bang Johannes, Ik ben het!’ Hij bedoelt: ‘Je kent mij. Ik, in mijn heerlijkheid ben Ik dezelfde als degene die je indertijd ontmoette toen je jong was. Ik ben dezelfde die je zag bij de Jordaan, toen je Mij volgde en met Andreas bij Mij thuis was. Ik ben degene die met jullie naar de bruiloft ging in Kana, die met Nicodemus en de Samaritaanse vrouw sprak; Ik ben degene die aan het kruis hing en die Maria Magdalena op de dag van de opstanding aansprak en zei: ‘Maria’. Vrees niet Johannes, Ik ben het.’

   Terwijl Jezus dit zei, legde Hij zijn rechterhand op hem. Ook dat is veelzeggend. Jezus’ gebaar is een teken van vertrouwdheid en van zegen. Kaj Munk vertelde eens dat hij als jongen naar huis liep en de dominee tegenkwam. Hij raakte in gesprek. Aan het eind daarvan legde de dominee zijn hand op zijn hoofd en zei iets van: ‘Je bent een kranige jongen, God zegene je!’ Later toen hij zich als een van de weinige Denen openlijk protest aantekende tegen de Duiters, dacht hij vaak aan dat moment terug. Het was nog steeds alsof hij de hand van de dominee op zijn hoofd voelde gloeien. Er was hem iets meegegeven: Gods nabijheid. Dat gaf hem moed.

   Zo vertelt Pavel Florenskij dat hij op een reis met een vriend, twee nachten niet had geslapen. Onbedoeld viel hij in slaap met zijn hoofd op de knieën van de vriend, die iets had van een heilige. Hij droomde – nooit wist hij zich zo geborgen als toen in die droom.

‘Vrees niet!’ Waarom niet? ‘Ik ben dood geweest en zie Ik leef en heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.’ In het dodenrijk was de boze heer en meester. Daarin is Christus afgedaald met de bedoeling hem te verslaan, om ook daar zijn overwinning uit te roepen. De boze heeft het onderspit gedolven. Dat betekent niet dat hij opeens machteloos is. Hij heeft zijn meerdere in Christus gevonden, maar des te meer gaat hij, zolang het nog duurt, op aarde te keer. Johannes ondervindt er de gevolgen van, evenals de kerk van Christus waarop de boze het gemunt heeft. Hier laat Christus zien dat Hij hem de baas is. En Johannes moet weten dat dat in de geschiedenis zal blijken en dat aan de gemeenten vertellen! Christus zal zijn macht tonen. Hij is als de Overwinnaar bij zijn kerk en is trouw!

    Dit laatste wordt geaccentueerd door Jezus’ woorden: ‘Ik ben de eerste en de laatste’. Dat Jezus de eerste en de laatste is, kan op drie dingen duiden.

  • Hij gaat als de Wijsheid aan de schepping vooraf. Hij gaf de aanzet tot de schepping. Hij is ook degene die aan het eind ervan staat.
  • Jezus is geboren in Bethlehem. Toen begon zijn heilswerk. Dat maakt Hij ook af. Hij staat er garant voor.
  • Jezus is de eerste die uit de dood opstond. De kracht van de opstanding zal Hij aan allen meedelen.

In Openbaring aan Johannes 1 had Hij al gezegd: Ik ben de alfa en de omega. De alfa is de eerste en de omega de laatste letter van het Griekse alfabeth. Dat Hij  zich zo noemde, zegt veel.

   Kinderen leren spellen. Als ze alle klanken kennen, begrijpen ze wat er gezegd wordt en kunnen ze zelf praten. De dingen worden duidelijk. Taal verheldert. Taal doet je geest geboren worden. Daarom lachen kleine kinderen onwillekeurig, wanneer iemand hen bijvoorbeeld op een klok wijst en zegt ‘dat is een klok die tikt’.  Wanneer het tot hen doordringt wat je bedoelt, komt er een lach op hun gezicht. Hun ogen twinkelen. Ze hebben het begrepen! Dat doet taal. Taal wekt je geest. Zo worden de dingen van de geschiedenis duidelijk in het licht van Christus, die het Woord is van God. Hij verheldert alles. Hij duidt de geschiedenis en laat zien waarop ze uitloopt. Niet alles is in een keer duidelijk. Sommige letters moeten wij nog leren. Maar dit  staat vast: we kennen het begin van de geschiedenis en weten van het einde. Het einde is het nieuwe Jeruzalem.  

   Als Johannes dat ziet, wordt hij opgetild boven al zijn zorgen. Christus troost hem in de storm van de tijd door hem voor ogen te stellen waar alles op uitloopt. Daardoor vat Johannes moed. Daardoor vat ook de kerk, aan wie hij schrijft, moed en weet zij te volharden. In het licht van de opgestane en verhoogde Christus ziet en beleeft de Kerk de werkelijkheid anders. Daarvan hangt haar trouw en volharding af. Ze raakt niet snel van haar stuk en ook in gevaarlijke situaties verkondigt zij zijn heerlijkheid.

   Zo was het al enigermate bij Hanna, zo was het bij Jesaja, zo is het vooral in de nieuwtestamentische gemeente – en dat vooral door het visioen dat Johannes kreeg, in zijn ouderdom, op het eiland Patmos!

Friezenkerk Rome
c/c Chiesa dei SS.Michele e Magno
Borgo Santo Spirito 21/41
00193 Roma - Italia
Tel. +39 336 766 135
Fax +39 178 226 3757

Financiële bereikbaarheid
Bic BPCVIT2S
IBAN IT37G0521603225000000000993
(9 nullen achter elkaar!)
t.n.v. Stichting Willibrordcentrum
Bank: Credito Valtellinese (Artigiano)
favicon