Archief: weekwoord van de rector

Het wekelijks woord van Bisschop Antoon Hurkmans
Rector van de Friezenkerk te Rome
vanaf 1 januari 2018
bluebar

22 april 2018 - Het heilig sacrament van het Vormsel



Het Heilig Sacrament van het Vormsel

Dit sacrament vult het sacrament van de doop aan. Daarin ontvangt de vormeling de gaven van de heilige Geest.

Zoals alle sacramenten dat hebben heeft ook dit sacrament haar wortels in de H. Schrift. In het Oude Testament zien we dat koningen en profeten gezalfd worden voor hun dienstwerk te midden van het volk. Bij de doop van Jezus gaat de hemel open en komt op Hem de heilige Geest in de gedaante van een duif. Hij wordt: de Gezalfde, de Christos, genoemd. Op het Pinksterfeest komt de heilige Geest over de apostelen en over de jongste Kerk. Als de apostelen na Pinksteren op reis zijn ontmoeten ze christenen die gedoopt zijn, maar die nog niet de heilige Geest hebben ontvangen. Zij roepen hen samen, bidden, leggen hen de handen op en dan daalt de heilige Geest op hen neer. 

Als in de sport iemand zijn grote prestatie moet gaan leveren zien we vaak dat de ‘ster’ nog enkele aanwijzingen krijgt van de trainer en dan met een bevestigende tik op de schouder van de trainer aan de slag kan. Dit beeld past goed bij het Sacrament van het Vormsel. Jongeren die op de drempel staan om hun opdrachten in het leven op zich te nemen komen samen met hun familie in de Kerk waar de hoogste vertegenwoordiger van de gemeenschap, de bisschop, komt om met een goed woord, gebed en handoplegging de gaven van de heilige Geest af te smeken over de jongeren, opdat zij het leven aan kunnen. Zoals op het Pinksterfeest de heilige Geest neerdaalde op de apostelen en hun de moed gaf het Evangelie te verkondigen in heel de wereld, zo komt ook in het Vormsel de heilige Geest de jonge christenen sterken opdat zij de wereld aankunnen.

Wat gebeurt er in dit sacrament?  -het verdiept ons kind zijn van God; -het verenigt ons hechter met Christus; -het vermeerdert in ons de gave van de heilige Geest; -het vervolmaakt onze band met de Kerk; -het maakt ons tot dappere getuigen van het geloof in woord en daad.

Het verwondert mij telkens opnieuw dat in dit mooi en rijk Sacrament duidelijk wordt dat God ons alles, ja alles, geeft wat wij nodig hebben om gelukkig en goed te leven. Alleen, dit heeft met onze vrijheid te maken die we van God meegekregen hebben, is het nodig dat wij als mens zelf meewerken. Ieder blijft verantwoordelijk voor zijn/haar leven. God vraagt onze inzet. Iedere dag opnieuw vraagt Hij dat we ons afwenden van het kwaad en toewenden naar het goede. De Kerk, de ouders, zijn het naar de jongeren toe verplicht hen hierin voor te gaan en hen daarbij te helpen. Twee diepe levensinstellingen zouden ons mogen onderscheiden: -mensen zijn van gebed, opnemen wat God ons geeft; -mensen zijn die de naastenliefde dagelijks concreet weten uit te drukken in een christelijk leven, naast goede woorden ook goede daden. Als we sterk staan in het kleine, zal het grote, als dat ons gevraagd wordt, niet te zwaar zijn.

15 april 2018 - Het sacrament van de doop



Het sacrament van de doop

Wanneer ouders een kind krijgen zullen ze, kijkend naar hun kind, vaker tegen elkaar zeggen: ‘het is een wonder.’ Verwondering overheerst. In onze culturele omgeving zullen ze hun kind minder makkelijk een ‘godsgeschenk’ noemen. Langzaam ebt de verwondering weg. 

Velen jonge ouders raken meer en meer vervreemd van de cultuur waaruit zij zijn voortgekomen. Bovendien is het kerkelijk spreken niet meer in. Het kerkelijk leven wat eens algemeen aanvaard was lijkt vlug geschiedenis te worden. Die geschiedenis is weer heel interessant. Het kerkelijk spreken uitgedrukt in bouwwerken, in literatuur, in schilderijen en beelden, kan rekenen op grote belangstelling. Dan blijft het wel op afstand, het vraagt ook geen persoonlijk engagement. Wij, moderne mensen, laten ons in deze tijd niet zo makkelijk kennen en we binden ons niet makkelijk aan mensen en zeker niet aan instituten. 

Is dit erg? Mist de moderne mens hier iets mee? Laat ik proberen kort en bondig te vertellen wat het sacrament van de doop wil uitdrukken, dan mag u de gestelde vragen beantwoorden.

Ieder kind komt in een wereld waarin de macht van het kwaad zich doet gelden, maar waar ook veel goeds is. Ik geloof dat de persoon van Jezus Christus ons te verstaan heeft gegeven dat God het goede wil voor iedere mens. Verder geloof ik dat Jezus Christus de macht van het kwaad en de macht van de dood door zijn sterven aan het kruis heeft gebroken. Hij heeft door zijn verrijzenis de weg vrij gemaakt naar het leven, naar het volle geluk. Dit geluk mogen we kennen en smaken in deze wereld, maar het valt niet samen met deze wereld. Christelijk geloven wil zeggen je binden aan Jezus Christus om met Hem te weerstaan aan het kwaad en aan de dood en om met Hem ‘nieuw te leven.’ Dit geloven is niet alleen iets van ons verstand, van ons hart, maar het gaat heel de mens aan. In de sacramenten, door tekenen en riten, met water en olie en met begeleidende woorden wordt heel ons leven verbonden met Christus. De doop maakt een met Christus, met zijn verlossende dood op het kruis. De doop maakt ons los van de erfzonde (het kwaad waarin we delen als we deze wereld betreden), maakt los van onze persoonlijke zonden. De doop doet ons opstaan met de Heer tot een leven in liefde tot God en tot de naasten, tot een leven zonder einde. De doop maakt een met Christus en lijft je in in de Kerk van Christus gefundeerd op de Apostelen. In en met de Kerk kom je tot christelijk leven. De doop vraagt om geloof en de doop geeft geloof. Het is een verbond met God. Uniek. Met het overgieten van het water zegt de bedienaar: in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en de namen van de dopeling worden plechtig uitgesproken. Zo ontstaat een door en door persoonlijke band van liefde tussen God en die ene persoon. Drie begeleidende riten onderstrepen dat de doop veel meer is dan het vrij maken van de zonden. De zalving met het Chrisma wijst er naar dat de heilige Geest een kracht zal zijn voor de dopeling om gehoor te geven aan zijn missie om als christen getuigend te leven in de Kerk van Christus. Het bekleden met het doopkleed wil uitdrukken dat de dopeling een nieuw en genadevol leven binnen gaat. Met het ontsteken van de doopkaars drukken we uit dat de gedoopte mag staan in het Licht van Christus en dit Licht ook zelf mag doen stralen.

‘Het volk van Israël eerde God in de Tempel van Jeruzalem. Die Tempel is er niet meer, in haar plaats is de Kerk gekomen, die niet verbonden is aan een specifieke plaats. ‘Waar twee of drie in Mijn Naam samen zijn, daar ben Ik in hun midden (Mt. 18,20).’ Die daar tot leven komt is de Geest van Christus; Hij woont in de woorden van de Heilige Geest en is tegenwoordig in de heilige symbolen, in de sacramenten. Hij woont in de harten van de gelovigen en spreekt uit hun mond in hun gebeden; Hij stuurt en geeft hun gaven: charismata, gewone en buitengewone gaven. Die zich toevertrouwt aan de Heilige Geest kan ook vandaag ware wonderen bewerken.’ (Vertaling van art. 128 uit de YOUCAT in de Italiaanse versie, dat als titel heeft: Wat betekent het dat de Kerk ‘de tempel van de Heilige Geest’ is?) 

8 april 2018 - Sacramenten



Sacramenten

In de vastentijd hebben we meerdere malen gehoord dat de vasten een tijd is van grotere trouw aan de sacramenten waarin we zijn herboren. In de Paasnacht hebben we plechtig ons doopsel herdacht, om de daarin ontvangen genade in ons leven te vernieuwen. Nu na Pasen zijn we vijftig dagen op weg naar het Pinksterfeest. Het feest van de gave van de Heilige Geest die leven geeft aan iedere gedoopte en aan de Kerk. Voor de Kerk heeft het Tweede Vaticaans Concilie verschillende namen. De belangrijkste zijn: Volk van God; Lichaam van Christus; Bruid van Christus en Tempel van de Heilige Geest. De Kerk viert zeven sacramenten. U kent ze nog wel: de Doop, het Vormsel, de Eucharistie, de Biecht, de Ziekenzalving, het Huwelijk en het sacrament van de Wijding tot diaken, tot priester en tot bisschop.
Wanneer we kijken naar de sacramenten zien we water, olie, brood en wijn, horen we steeds de kernwoorden: ik doop je in de Naam van de Vader...dit is mijn Lichaam...dit is mijn Bloed...ik ontsla u van uw zonden...ontvang de Heilige Geest een gave van God...N. ik zal je trouw zijn in goede en kwade dagen..., kortom menselijke gebaren en woorden met gaven uit de ons omgevende natuur, water, brood en wijn. Maar door dat alles heen ontvangen we Goddelijke genade, ontmoeten we Christus in de sacramenten.
De kerk als geheel noemen we ook een sacrament. Het is een teken, een instrument om God te ontmoeten. Maar eveneens een teken en instrument om heel het menselijk geslacht samen te brengen. Jezus Christus, die tijdens zijn leven alles volbracht om de mensen terug bij God te brengen en ze te verzamelen in een nieuwe eenheid, blijft zijn Heilswerk voortzetten door de Kerk. De Kerk is menselijk, soms te menselijk, maar dat is zo omdat God op deze manier dicht bij ons wil zijn.
In de komende periode wil ik in mijn ‘Woord van de Week’ gaan schrijven over de zeven sacramenten om een ieder van ons te helpen God te ontmoeten in zijn of haar concrete leven van hier en nu. Hierbij volg ik de volgende volgorde. De sacramenten van het inleiden en binnen brengen in het geloof: Doop, Vormsel en Eucharistie. De sacramenten van genezing: Biecht en Ziekenzalving. En de sacramenten waarin men een dienstwerk in de Kerk ontvangt: het Huwelijk en de Wijding. 
‘Het volk van Israël eerde God in de Tempel van Jeruzalem. Die Tempel is er niet meer, in haar plaats is de Kerk gekomen, die niet verbonden is aan een specifieke plaats. ‘Waar twee of drie in Mijn Naam samen zijn, daar ben Ik in hun midden (Mt. 18,20).’ Die daar tot leven komt is de Geest van Christus; Hij woont in de woorden van de Heilige Geest en is tegenwoordig in de heilige symbolen, in de sacramenten. Hij woont in de harten van de gelovigen en spreekt uit hun mond in hun gebeden; Hij stuurt en geeft hun gaven: charismata, gewone en buiten gewone gaven. Wie zich toevertrouwt aan de Heilige Geest kan ook vandaag ware wonderen bewerken.’ (Vertaling van art. 128 uit de YOUCAT in de Italiaanse versie, dat als titel heeft: Wat betekent het dat de Kerk ‘de tempel van de Heilige Geest’ is?)


1 april 2018 - Stilte XIV - Hij is niet hier, Hij is verrezen

Hij is niet hier, Hij is verrezen
Wat moet het een bijzondere stilte geweest zijn op de eerst vroege Paasmorgen. Maria Magdalena ging naar het graf om de gestorven Heer te verzorgen. Zij kwam bij het graf. De steen was weggerold. Met een ingehouden adem moet ze naar binnen gekeken hebben. De stilte van de dood werd gebroken door de stem van een engel die schitterde in het licht. Hij is niet hier, Hij is verrezen! Maria kon die boodschap niet vatten. Ze ging Hem zoeken. Wie was er met het stoffelijk overschot van haar Heer vandoor? Ze zag een man. In de veronderstelling dat het de tuinman was vroeg ze hem: ‘waar is mijn Heer? Heb jij hem ergens anders weggelegd?’ Dan klinkt uit de stilte van voorbij de dood de stem van haar Heer en Hij zegt: Maria! Dan gaan haar de ogen open. Zij ziet haar Heer in een totaal andere werkelijkheid. Ongrijpbaar. Ze slaakt uit ’Rabboeni’! 

Het begin van de verhalen rond de verrijzenis van onze Heer. Op die stille Paasmorgen wordt alles anders. Hoe mooi was aan het begin de schepping. Zo moet de morgen zijn geweest van onze herschepping. God die alles het bestaan had gegeven, de Vader van de Heer gaf het nieuwe leven. Hij zette de nieuwe schepping in. In de verrijzenis is duidelijk dat de macht van het kwaad, de macht van de dood gebroken zijn. Nieuw leven overstroomt de wereld. Christus brengt de leerlingen samen. De Heilige Geest komt over hen. De Kerk wordt geboren. De H. Schrift wordt herlezen en het Oude Testament brengt het Nieuwe Testament voort. Het blijft een eenheid. Men komt in gebed samen rond de Heer. De Sacramenten krijgen vorm. Men beoefent de naastenliefde. Een nieuwe gemeenschap ontstaat. In de wereld, maar niet van de wereld. Dit vraagt altijd door vernieuwing. Een nieuwe gemeenschap in de verrezen Heer. Hij is er het hoofd van. Christus is het hoofd van de Kerk.

Wij, christenen van nu, mogen nieuwe mensen worden. In onze omgang met elkaar en met God. Het vraagt om stilte. Het vraagt om gebed. Het vraagt om het leven in geloof, in hoop en in liefde te leven. Het vraagt om deelname aan het kerkelijk leven. Liturgie, catechese, en dienst aan de armen. Het nieuwe leven mogen we telkens opnieuw ontvangen. Het nieuwe leven vraagt van ons dat wij ons verbinden met God en met onze medemensen. De stilte helpt in dit alles door te dringen.


25 maart 2018 - Stilte XIII - De Heilige week mag een stille week zijn



De Heilige week mag een stille week zijn

Vierde men in de oude Kerk, zoals wij dat nog steeds doen, Pasen iedere zondag, geleidelijk aan ontstond de behoefte dit feest eenmaal per jaar wat feestelijker te vieren. Van hieruit heeft het kerkelijk jaar zich ontwikkeld. In Jeruzalem hadden de christenen in de oude Kerk de gewoonte om de intocht van Jezus in Jeruzalem, zoals die in het Evangelie beschreven is, te vieren. Vanaf de olijfberg trokken zij naar de stad. De gelovigen zwaaiden met olijftakken of palmtakken in de hand. De kinderen trokken mee op en spreidden kleden uit. De bisschop, die de centrale plaats had in de processie, symboliseerde Christus. Gedurende de tocht werden er hymnen gezongen met als refrein ‘gezegend is Hij die komt in de Naam van de Heer.’ Toen deze intocht verbonden werd met het lezen van het lijdensverhaal werd de Goede week of ook wel de Heilige week geboren.

Wij staan aan het begin van de Heilige week. Het is een week die begint met Palmzondag en uitloopt op het Paasfeest. Het Pasen van de Heer (de doortocht van de Heer) begint op Witte Donderdag met de viering van het laatste Avondmaal, de instelling van de Eucharistie en van het priesterschap. De kernwoorden voor beide sacramenten zijn ‘blijf dit doen om mij te gedenken’. Op Goede vrijdag staat het, luisterend en biddend, gedenken, van het lijden centraal met daarnaast de kruisverering en de viering van de Communie. Zaterdag is de stille zaterdag. De stilte na het sterven van de Heer. Maar vooral de stilte van de ‘nederdaling ter helle’. Jezus gaat door alle lijden heen naar Adam en Eva om heel de Schepping te vernieuwen. Het is de dag van stilte bij de dood, de stilte bij het kwaad, de stilte van het wachten op het ongehoorde. God heeft de wereld geschapen en Hij heeft haar Herschapen. De mens die in de boeien van de dood gevangen was bevrijd. De stille zaterdag is de bron van het Halleluja van Pasen. De viering van het Pasen van de Heer is één viering. Dit vinden we terug in de liturgie. Bij de viering van het Laatste Avondmaal beginnen we met een kruisteken en pas na de viering van Pasen in de Paasnacht krijgen we de zegen. Deze ene viering beginnen en eindigen we zoals alle liturgische vieringen met een kruisteken en met de zegen aan het einde.

Het is mooi deze week te vieren. Zij draagt ons christelijk leven.


19 maart 2018 - Stilte XII - Laten zijn wat er is



Laten zien wat er is

Stilte opent de mens. Een kwartier bewust de stilte beoefenen per dag maakt je tot een ander mens. Je gaat open staan. Er komt ruimte voor verwondering. Je plaatst de mensen en de situaties om je heen niet in je eigen kader, maar je opent jezelf voor hen. De zon, de maan, de sterren. Zij kunnen gaan spreken van God. De zee, de bergen, de woestijn en het rivierenlandschap doen je ruim ademen. Ze roepen herinneringen op en geven je levensruimte. Stilte doet je kijken achter de dingen. Je ziet Gods werk. Zorg om de natuur komt naar boven. Het geeft vreugde.

Een open houding in het leven opent je eveneens voor je eigen bestaan. De knooppunten in je leven kun je rustig onder ogen zien. Stilte en verdringen gaan niet samen. Het kan de pijn om wat niet goed ging, om wat je is aangedaan, naar boven doen komen. Het kan je confronteren met foute levenskeuzes. Het kan je dieper de rijke vruchten van je leven doen zien. Stilte laat dat wat er is er ook zijn. Het is goed dit zo te laten zijn. Wees niet bang voor de pijn. Laat de vreugde om de goede resultaten toe. Oordeel niet te vlug. Accepteer dat je foute keuzes hebt gemaakt. Laat dat wat er in je leven is er ten volle zijn. Durf de stilte te blijven beoefenen. Neem tijd.

Gelukkig mag je zijn wanneer je verhalen met hun stralende kanten en met hun schaduwzijde kunt delen met een wijs iemand. De stilte biedt de weg naar genezing. Zij brengt je bij God. Hij is in de stilte. Jij mag je bewust worden dat je voor Gods aanschijn staat. Hij is een God van verlossing, van bevrijding en van vergeving. Het vraagt veel energie om alles wat de stilte je te verstaan geeft te verwerken. Raak niet in paniek. Blijf de weg in rust gaan. Zoek de stilte. Blijf je openen. Neem de tijd.


12 maart 2018 - Stilte XI - Lijden

Lijden.

Nergens is de stilte zo diep en zo pijnlijk als in het lijden. Als het kwaad de vorm krijgt van strijd tussen mensen, is er geschreeuw van de lust te vernietigen, maar bij de toeschouwer stokt de adem in de keel, hij kan geen woord uitbrengen. Wij kunnen naar onze geschiedenis kijken als een geschiedenis waar het kwaad het steeds weer wint van het goede. Oorlog op oorlog, moord na moord. Mensen die iedere keer weer opnieuw in conflict raken met elkaar, zo sterk dat ze elkaar geen woord meer waardig achten. Mensen zwijgen mensen dood. In de grote politiek, maar ook in het leven van alle dag. Een filosoof zei eens: homo homini lupus! De mens is voor de mens een wolf. Er is ook het kwaad dat je overkomt. Daar is niemand schuldig aan. Het wordt je niet aangedaan door mensen. Het heeft te maken met het drama van het kwaad dat huist in ons bestaan. Heel de schepping is nog getekend door het kwaad. Oude en jonge mensen sterven. Kinderen komen met grote beperkingen ter wereld. Ongelukken en natuurrampen blijven onderdeel van ons dagelijks leven. Hoeveel lijden is er niet. In stilte gedragen. Er zijn geen woorden voor. Er zijn ook geen verklaringen voor, geen antwoorden waarom het zo moet.

In de veertigdagentijd laten we het lijden in de liturgie in ons geestelijk leven toe. De Kerk biedt ons een weg om ermee te leren leven. God wil het kwaad niet, Hij wil het goede. God wil geen gebrokenheid, Hij wil heelheid, God wil niet de dood, Hij wil het leven. Het mysterie van het kwaad is het mysterie van de zonden. Voor ons niet te doorgronden. Jezus is mens geworden om het kwaad, de dood te overwinnen en om voor de mensen de weg te openen naar het goede, naar heelheid, naar het Leven. Zelf is Hij Zijn weg door het kwaad, door de gebrokenheid, door de dood gegaan. Daar is Hij niet in vastgelopen. Hij is uit de dood opgestaan. Daarom is Jezus voor ons een steun en toeverlaat. Wat wij ook moeten doormaken, Jezus ging ons voor. We kunnen ons aan Hem vasthouden. Dit deed Titus Brandsma. Hij hield zich vast aan Jezus in het geloof dat Hij hem zou meetrekken door de dood heen. In zulk een leven is de stilte van het lijden geen doodse stilte, maar een stilte draagbaar door het geloof en de hoop. Jezus is ons voorgegaan in het diepste lijden. Op het kruis riep Hij: Vader, waarom hebt Ge mij verlaten? Voor Jezus was het lijden een lijden voor de mensen. Hij leed voor de ander. Dat maakt het ook anders. Titus Brandsma leed voor de vrijheid. Kunnen wij het lijden niet verstaan als een lijden voor de nieuwe wereld die komt? Lijden hoeft geen gesloten last te zijn. Het is open te breken. We lijden met Jezus, Hij ging ons voor. We lijden om een nieuwe wereld te laten komen waarvan wij ook deel uitmaken. Het is tasten naar zin, ik geef het toe. Maar ook op het lijden zou men zich moeten voorbereiden. Het hoort bij het leven.

5 maart 2018 - Stilte X - Verzoening


Verzoening.

Stilte is heilzaam. Het laat je leven zijn wat het is. Mensen die de moed hebben stil te zijn komen niet om hun zonden heen. Die blijven aandacht vragen. Die laten je niet met rust. Dit kan een reden zijn om de stilte te ontlopen. Om een vorm van verstrooiing te zoeken. Op de vlucht te gaan voor jezelf. Wat er is mag er niet zijn. Kent de hedendaagse mens zijn zonden nog? Wie zonder stilte leeft waarschijnlijk niet. Zonden is kwaad doen tegenover God, tegenover je medemensen of tegenover jezelf. Leven in zonden verwringt het leven. Je ontkent het bestaan van God. Je eigen kwaad reken je je medemensen aan. Je wordt hard voor jezelf of een verslaafde. Gelukkig de zondaar die een monnik of een priester ontmoet die de stilte kent. Hij luistert. Hij oordeelt niet meteen. Hij heeft geduld met je. Voorzichtig zal hij je erop wijzen als je voor jezelf goedpraat wat fout is. Hij geeft je de kans te groeien in het klein worden. Hij doet je jezelf leren kennen. Hij schrikt nergens van. Hij blijft in liefde bij je. Dringt zich niet op. Gaat met je een lange weg ter voorbereiding op het sacrament van verzoening. Door hem kun je opnieuw leren geloven in God. Hij stelt de Vader van de verloren zoon tegenwoordig. Naar hem kun je toe gaan en zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen U en tegen de hemel. Hij zal je helpen Gods barmhartigheid te ontvangen. Hij helpt je op te staan uit de zonden. Leert je weer vrij en oprecht te leven. Dan wordt de stilte de plaats om de barmhartigheid van God binnen te laten stromen in je hart. De monnik, de priester, laat je gaan. Je bent hem niets verschuldigd. De vrede die Jezus ons bracht mag je deel zijn. Van een gesloten leven ga je naar een open leven. Je staat open voor geluk en voor de verantwoordelijkheid jouw leven gestalte te geven naar het plan dat God met je heeft.

 

26 februari 2018 - Stilte IX - Monnik



Monnik

Toen ik priester werd in 1979 trad een vriend van mij in bij de trappisten. Enkele jaren later zou hij kartuizer worden. Tot ik bisschop werd bezocht ik hem ieder jaar. Kartuizers leven in hun kluis in de stilte. Enkele malen per week spreken ze met elkaar. In de stilte bij een hout gestookt kacheltje. Dat domineert hun leven. Dit om tot God te komen. Leven in afwachting. Biddend en studerend. Ook natuurlijk taken voor de kloostergemeenschap. Zij hebben een nachtofficie. Tegen twaalf uur staan ze op en gaan dan naar de kerk. Ze zingen psalmen en luisteren naar lezingen. Intens leven zij het liturgisch jaar. De advent met kerstmis. De vasten en Pasen. Hun feesten zijn niet uitbundig. Nog meer stil om in het geheim door te dringen. Mijn bezoeken laten diepe herinneringen na. Monniken zijn zoekers naar God en de stilte is hun weg. Voor mij is het een grote genade zo’n vriendschap te hebben. Wel is er afstand gekomen. Sinds ik bisschop ben leeft hij in een kartuizerij in de Verenigde Staten. Bezoeken lukt me niet meer. Maar het leven in de stilte dat ik voor een stukje van hem heb geleerd heeft ons tot elkaar gebracht. Vooral in onze correspondentie. De afstand, de zee van de stilte, werd een instrument om tot het schrijven van brieven te komen. Dit is niet meer alledaags, maar het is wel een heel rijke vorm van communiceren. Er zijn jaren dat de brieven kort blijven en minder diep gaan. Maar er zijn ook rijke vitale tijden. Een monnik kennen is voor mij een hulp geweest om een Godszoeker te zijn en te blijven. Niet op te gaan in het leven van de wereld, in het leven van de kerkpolitiek. In Rome heb ik soms het gevoel een stadsmonnik te zijn. Mijn gebedsleven heeft een belangrijke plaats. Andere behoeften heb ik weinig. Ik weet me rijk met mijn werk in de Friezenkerk en met mijn wonen dichtbij Petrus en Paulus. Tegelijk geniet ik ten volle van het goede dat het leven te bieden heeft. Ik ben geen monnik. Maar de rust en de stilte heb ik nodig, dat doet mij sterk staan in het leven.

19 februari 2018 - Stilte VIII - De Berg Tabor in Israël


De Berg Tabor in Israël.

De komende week beginnen we te wennen aan ons vastenprogramma. Kleinigheden die belangrijk zijn om deze tijd een eigen kleur te geven. Kinderen blijven zich dat een leven lang herinneren. Bijvoorbeeld geen koekjes bij de thee of bij de koffie. Of de maaltijd niet afsluiten met iets zoets, maar met fruit. Iets opzij leggen voor de armen. Laat de kinderen daar in delen. En iedere dag een gebed in het gezin. Bijvoorbeeld:

God, Vader in de hemel. In deze vastentijd keren wij ons naar U toe.
U wilt ons leven geven. U vraagt dat wij U beminnen en ook onze naasten. Dat wij niet alles voor onszelf willen hebben, maar ook kunnen delen.
Jezus is voor ons aan het kruis gestorven, Hij is begraven, maar Hij is ook opgestaan uit de dood en Hij leeft nu bij U om ons te helpen, nu, en als onze aardse tijd voltooid is, met Hem helemaal gelukkig te zijn in de hemel.
Dat vragen wij U, door Jezus Christus Onze Heer.
Amen.

Op de tweede zondag van de vasten lezen wij het Evangelie waarin wordt verhaald dat Jezus met drie leerlingen de berg Tabor beklimt en hoe Hij daar doorstraalt wordt met hemels licht. Een mooi Evangelie. De berg Tabor ligt in het noorden van Israël. Langs boven het meer van Genesaret. Niet ver van Nazareth. In een vlak gebied ligt daar een reusachtige berg. De Heer gaat met drie leerlingen naar de top. Daar ondergaan zij letterlijk een topervaring. Ze zien Jezus in hemels licht. Bij Hem verschijnen Mozes en Elia. Zij vertegenwoordigen de traditie van het uitverkoren volk. De hemel gaat open en de stem van de Vader klinkt: dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem. De apostelen weten geen raad. Heel bijzonder, een rijke ervaring, maar ze kunnen haar geen plaats geven. Terwijl ze de berg afdalen, zegt Jezus dat ze er niet over moeten praten totdat Hij is opgestaan uit de dood. Ook dit begrepen zij niet. Na Pasen is alles langzaam maar zeker duidelijk geworden. Deze ervaring heeft God hen willen geven om hun geest voor te bereiden voor het Paasgeloof. Opdat zij na de kruisdood zich niet volledig zouden opsluiten.

Ook wij krijgen in ons leven rijke topervaringen die we niet helemaal begrijpen. Pas als de voltooiing van ons leven in het zicht komt gaan we, als we er ons aan gewend hebben om in stilte en gebed met God om te gaan, alles begrijpen. Dan zien we dat we door heel ons Leven zijn heen gedragen.

12 februari 2018 - Stilte VII - Jezus ging veertig dagen de stilte in


Jezus ging 40 dagen de woestijn in.

De Vasten staat voor de deur. Wij noemen hem ook de veertigdagentijd. In een van de prefaties, het gebed waarmee het Eucharistisch gebed begint, lezen we: ‘dit is een tijd van meer toeleg op het bidden, een tijd van grotere aandacht voor de liefde tot de naaste, een tijd van grotere trouw aan de sacramenten waarin wij zijn herboren ( het H. Doopsel en de H. Eucharistie). Deze oefeningen houden ons dicht bij God. Op Aswoensdag ontvangen we het askruisje als teken van bekering. Ons afwenden van het kwaad, dat in ons is en overal om ons heen aanwezig is, en dat ons leven in de macht wil krijgen. Wij keren ons naar Christus die ons het volle leven geeft. Op de eerste zondag van de vasten lezen we het Evangelie dat verhaalt dat Jezus veertig dagen en nachten in de eenzaamheid en in de stilte de woestijn in trekt om te weerstaan aan de bekoringen van de duivel. Jezus geeft ons een voorbeeld. Altijd als wij toeleven naar de volheid van leven, bijvoorbeeld naar Pasen, dan tracht de duivel ons van de weg af te trekken. Hij zaait verdeeldheid, houdt de onwaarheid voor, hij houdt af van God.

In ons leven kunnen vormen van onoprechtheid zich nestelen. Die kunnen ons leven zelfs gaan domineren. We kunnen in de ban raken van het geld. Alles wordt daar ondergeschikt aan. We kunnen ons verliezen in het tonen van een spectaculair levensgedrag. Pure uiterlijkheid. We kunnen jagen naar macht en ons leven alleen daar op inzetten. Alle onmacht negeren. Hiermee doen we onszelf onrecht aan. We maken ons los van God, van onze medemensen en we leggen ons valse levensdoelen op. In de veertigdagentijd kunnen we ons bekeren. God wil dat wij leven in verbondenheid met Hem en dat wij er zijn voor onze naaste. Niet leven om onszelf op te blazen, maar leven om te dienen. Dit kan een hele opgave zijn. Het is niet makkelijk om aan de verleidingen te weerstaan. De beste weg is om niet te zondigen. Dit leg ik niet verder uit, dat is huiswerk voor u en voor mij.

5 februari 2018 - Stilte VI - Stilte in de liturgie


Stilte in de Liturgie.

Vaak maak je mee dat in de liturgie snel gelezen wordt. Dit heeft te maken met nerveus zijn om in het openbaar te lezen. Als men vlug leest komen de woorden niet uit het hart, maar uit de mond. Soms speur je de ademnood. Voor rustig te ademen durft men geen tijd te nemen. Het kan ook andere oorzaken hebben wanneer men vlug leest in de liturgie. Men is zich onvoldoende bewust dat men een boodschap mag brengen. Dat deze boodschap pas dan zijn hoorder bereikt als die boodschap met overtuiging gebracht wordt. Je moet er ook letterlijk achter staan. De taal in de liturgie moet gedragen worden door de overtuiging. Tegelijk is religieuze taal altijd meer dan een platte mededeling. Het is soms ook een taal die een geestelijke werkelijkheid oproept. Tussen de regels mag je soms verstaan dat God in de geschiedenis die verhaald wordt mede een rol heeft. Het lezen in de liturgie is niet makkelijk. Het mag geen toneel zijn en het mag de taal niet vlak maken. Stilte en rust zijn hierbij belangrijk. Eveneens inhoudelijke kennis. De context waarin gelezen wordt heeft zijn invloed op het verstaan. In de H. Mis moet een juiste balans zijn in bewegen, spreken, handelen en stilte. Het een moet het ander ondersteunen. Zonder stilte is een Eucharistieviering in feite niet denkbaar. Spreken heeft te maken met stilte en verstaan heeft te maken met stilte. Woorden komen vanuit een diepe stilte tot leven en worden in stilte opgenomen in het hart. In de liturgie gaat het om de ontmoeting tussen God en mens. Stilte is daarbij wezenlijk. De stilte kan woorden van leven geven en de stilte doet woorden vruchten dragen.

29 januari 2018 - Stilte V - De stilte in de natuur spreekt


De stilte in de natuur spreekt

In psalm 19 lezen we: Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt. Geen enkel geluid is te horen.’ Het gaat hier over de stilte in de natuur. Dat juist die stilte spreekt over Gods grootheid. De stilte spreekt een eigen taal. Het is mooi wanneer je die taal leert verstaan. Dichters, schilders helpen ons daarbij, er is meer te zien dan dat je ziet. Er is meer te horen dan dat je hoort. Alles is omgeven door het geheim van het bestaan. Dit merk je als je door de dingen die te zien zijn heen kunt kijken. Wanneer je door de woorden die klinken of geschreven zijn heen kunt horen of lezen. De werkelijkheid is altijd groter en rijker dan we kunnen zeggen.

Daarom is het mooi de natuur, kunst, verwoord in dichterlijke taal, in stilte op je in te laten werken. Kijken, luisteren en niet meteen interpreteren wat je hoort en wat je ziet of leest. De stilte schept ruimte, creëert afstand. De stilte laat ‘het andere’ zijn wat het is. Veel zaken laten zich niet onmiddellijk kennen. Je moet er in doordringen. Zo is het ook met mensen. Die laten zich niet makkelijk kennen. Wanneer je te vlug bent in het kennis maken krijg je vooroordelen. Mensen waar je mee leeft of voor wie je iets mag doen verdienen het dat ze zich kunnen laten zien, zich kunnen laten kennen. Stil zijn, tijd nemen, oordelen opschorten, wachten, veel tijd doorbrengen met elkaar leert je om mensen niet van buiten uit te beoordelen, maar ze van binnenuit te verstaan. Dit doet je verwonderen. Doet je begrip opbrengen. Dan ga je niet makkelijk oordelen, maar daarentegen juist de ander verstaan en begrijpen. Dan weet je in gesprekken dat te zeggen wat opbouwt. In de mate dat je dieper kunt communiceren, dat altijd met stilte te maken heeft, kun je de ander bevestigen in het goede en zo ontwikkeling stimuleren. Kijk naar een goed huwelijk, naar een goed gezin. Daar zal altijd ruimte zijn voor rust en stilte. Zelf kan ik er nog van genieten toen ik als kind met mijn vader naar het vee ging kijken. Het was stil in de stallen. De boer en het vee waren één. Koeien waren aan het herkauwen. Varkens lagen te slapen. In stilte liep ik aan de hand van mijn vader mee: ‘Geen woord werd gesproken, geen stem weerklonk. Geen enkel geluid was te horen.’ Een weg om God op het spoor te komen.

Geloven in God, dat is ook de stilte spreken en die stilte geeft alles zin en diepte.

22 januari 2018 - Stilte IV - Roeping tot stilte en tot alleen zijn


Roeping tot stilte en tot alleen zijn.

Er zijn mensen die het diepe besef hebben dat God hen roept tot een leven in de stilte en in het alleen zijn. Dit gegeven stuit vele mensen tegen de borst. God heeft ons als man en vrouw geschapen en het is niet goed dat een mens alleen is. Dit is normaal ook zo. Maar er zijn bijzondere roepingen. Kluizenaars zonderen zich af en zoeken de stilte. Zij doen dat niet voor zichzelf, maar om in de Kerk voor de mensen in de wereld een teken te stellen. Zij getuigen van ongehoorde dingen. Gods liefde is genoeg. God is er voor u. In de kerkgeschiedenis zien we dat vele mannen en vrouwen een tijd in eenzaamheid en stilte leven om daarna een groot sociaal engagement te tonen.

Wat voor een weg zijn deze mannen, deze vrouwen gegaan? Alleen leven in stilte is een confrontatie aangaan met jezelf. Al het verborgene wat in je leeft komt naar boven. Het mooie, maar ook het minder mooie. Niets kun je verbergen, niets kun je ontkennen. Zij zien onder ogen dat zij zonde en dood in zich mee dragen en tegelijk een groot verlangen naar heelheid en naar leven. Zij zien de stilte en het alleen zijn als een weg van genezing. De H. Bruno, de stichter van de kartuizers, zegt: ik blijf in de stilte, in de eenzaamheid totdat ik genezen ben van de onverdraagbare dubbelheid die ik in me heb. Hij wilde op de aarde de hemel bereiken om zelf vrede te hebben, maar vooral om aan zijn medemensen een begaanbare weg te wijzen naar gelukkig en vol leven.

Ook in onze tijd zijn er veel mensen die een grote spanning in hun leven met zich meedragen. Het zou voor hen een zegen zijn wanneer ze naar een monnik zouden kunnen gaan die hen begrijpt, die hen accepteert, waarmee zij de weg zouden kunnen gaan naar genezing. De monnik ging zijn leven alleen om staande te kunnen blijven in de ontmoeting met de mens die schier onoverbrugbare kloven moet overbruggen. Hij vindt niets vreemd. In onze cultuur moet alles goed gaan en moet het leuk zijn. Ja, en wat dan met al die mensen die in hun leven veel op te lossen hebben. Schrijven we die af?

15 januari 2018 - Stilte III - Woorden van leven worden geboren in de stilte


Woorden van leven worden geboren in stilte.

Met het vele lawaai om ons heen verandert onze taal. Zij kan makkelijk onderdeel worden van het lawaai. Men schreeuwt, dreigt, vernedert, scheldt. Soms lijkt het erop dat er alleen aandacht te krijgen is met luid roepen. Dit heeft zijn weerslag op de inhoud van de taal en op de wijze van communiceren. Niet zelden is er geen sprake van uitwisseling. Erg is dit, als dit doordringt tot in de politiek, tot in de maatschappelijke instellingen, tot in de Kerk.

Taal met inhoud, met schoonheid, met communicatieve kracht, die taal wordt geboren in de stilte. Stilte is niet niets. Stilte is de natuurlijke ruimte voor het mysterie van ons leven. Het wonder van de verschillende taalspelen die wij mogen gebruiken vragen van ons thuis te zijn in de stilte. De taal die scheppend is, die geneest, die steunt, die verder helpt, die liefde in zich draagt, is een taal die in stilte geboren wordt in een hart vol vrede. Dichters, rechters, priesters, minnaars spreken die verschillende taalvormen op een voorbeeldige wijze. Zij leven dan ook in een cultuur van rust en stilte. Soms in stil gebed. Het zou heilzaam zijn als politici, onderwijzers, handelaars, ouders, werkgevers en werknemers hen daarin zouden volgen.

Mensen die van tijd tot tijd stil zijn, zijn mensen die kunnen luisteren. Zij verstaan de kunst van geduldig bij de ander te zijn. Zij luisteren niet alleen met hun oren, maar ook met hun hart. Zij hebben een innerlijk leven ontwikkeld. Zij luisteren en verstaan de waarde van hetgeen gezegd wordt. Zij doen recht aan de personen met wie ze spreken, ook wanneer ze zelf een andere positie zouden innemen. Voor de toekomst van onze wereld is communicatie van belang. Maar wel communicatie die gedragen is door stilte. Om die stilte te verwerven is iedereen zelf verantwoordelijk. Het is zo eenvoudig. Dagelijks bewust een kwartier stil zijn. Grote mannen en vrouwen uit de geschiedenis zijn ons voorgegaan: Mozes, Jezus, Benedictus.

8 januari 2018 - Stilte II - Geen vlucht uit de realiteit van het leven


Geen vlucht uit de realiteit van het leven.

Bewust per dag een kwartier stil zijn is in onze tijd bijzonder. Een goede houding aannemen, rechtop gaan zitten en rustig en regelmatig ademen. Ondertussen alle gedachten die in je opkomen in wolkjes voorbij laten trekken. Je blijft je concentreren op het stil zijn. Het is een oefening die helpt gezond te leven. Je kunt hierdoor je concentratie verhogen en daardoor doe je de dingen die je doet beter. Het is ook een oefening die je gebed kan ondersteunen. Je gaat je openstellen voor de grootsheid van het leven, voor God. Ook je samenleven met mensen zal makkelijker zijn. Je zult minder vlug oordelen. De ander meer ruimte geven. Begrip opbrengen voor andere meningen.

Dus mensen die mediteren, die een deel van de dag wijden aan gebed, aan stilte, dat zijn geen mensen die de werkelijkheid van het leven ontvluchten, maar die er juist dieper in willen doordringen. Hun staan in de wereld is anders dan dat van vele mensen die rusteloos achter succes aan jagen. Zij nemen door de tijd heen andere waarden aan en zij nemen ook andere verantwoordelijkheden op zich. Zij gaan zich geleidelijk meer onderscheiden. Weten wat ze willen, wat ze doen. Kunnen God en hun medemensen toelaten in hun leven. Juist in hun anders zijn.

Bij het stil zijn, het recht zitten, het rustig ademen dienen ons echter geen doelen voor ogen te staan. We zijn stil om stil te zijn. Het is een waarde op zich. Het is een weg, om juist niet al te doelgericht te leven, maar om open te staan voor wat God en de anderen van je willen. De weg van de stilte is eveneens een weg van het loslaten. Het is een weg naar vrijheid, naar een vrijheid die nog sterker dan ooit gekoppeld zal zijn aan verantwoordelijkheid. De stilte staat in tegenstelling tot doelgerichtheid en de stilte maakt niet los van het leven, maar verdiept het leven.

1 januari 2018 - Stilte - Ook de stilte is een taal


Ook de stilte is een taal

U en ik wij leven in een wereld, in een tijd die overvol is van allerlei vormen van taal. De taal van het straatwerker. Het geluid van signalen die op elk moment onze aandacht vragen. De taal van de reclame die ons omspoelt. De taal van mensen die veelal opgejaagd zijn door een te veel aan impulsen. De taal van de media die tot in iedere plaats van onze privévertrekken doordringen. We zijn altijd omspoeld door geluid, door activiteiten.

Er is ook de taal van de stilte. Die taal vraagt evenals alle andere talen oefening om die te kunnen verstaan. Het is al een kunst op zich zelf stil te kunnen zijn. Niet iedereen kan meteen de stilte verdragen. Bewust stil zijn doet iets met ons. Veel, te veel, kan ons voor ogen komen. We merken dat onze geest overvol is. Alles wat we gehoord en gezien hebben en wat we niet echt verwerkt hebben komt in de stilte naar ons toe. De stilte kan angstwekkend zijn. Als dit zo is blijkt dat we de stilte nodig hebben. Onder de druk van het onafgebroken luisteren naar alle talen, naar veel geluid, raken we op dat punt overspannen. We kunnen dan de stilte niet aan.

De stilte is nodig om het hele leven te leren kennen en om het leven in heel zijn rijkdom te leven. Door stil te zijn leer je stil te zijn. Alles wat in je opkomt laat je als wolken voorbij trekken. Ga er niet op in. Stil zijn is je doel. Dat wil je leren. Neem er een moment op de dag voor. Het hoeft niet lang te zijn. Op die manier ga je op weg naar een nieuw levensgebied. Het is mooi. Wil er niets mee bereiken. Stil zijn zonder meer. Alles wat de stilte verstoort in wolkjes voorbij laten gaan. Het geen aandacht geven. Het ook niet tegenhouden. Voorbij laten trekken…
De komende week meer.

Afdrukken E-mail