Juni

Woord van welkom voor de Koning en de Koningin

Majesteiten, koning Willem-Alexander, koningin Máxima, het is mij een eer u en uw gevolg, als oud bisschop van ‘s-Hertogenbosch en nu als rector van deze kerk, hier hartelijk welkom te mogen heten, mede namens het bestuur, namens de Vrienden en namens de vrijwilligers en de parochianen.
Dit is een unieke plaats voor Nederlanders die in Rome wonen en voor alle landgenoten die vanuit ons land Rome bezoeken. Door het betreden van deze kerk bent u gekomen in het Vaticaan, maar belangrijker op een plaats die De lage landen en Rome al tot voor 800 met elkaar verbindt. Nu treft u hier een sterk oecumenisch gerichte geloofsgemeenschap aan. Dicht bij Petrus, staande op de schouders van vele generaties uit het verleden, belijden en vieren wij het christelijk geloof, eveneens drukken we dit geloof uit in diaconie. Wij zijn een gastvrije gemeenschap. Het is hier een echt Nederlandse plaats in Rome, in het Vaticaan. Hier wappert de Nederlandse en de Friese vlag, hier klinkt iedere zondag een strofe uit het Wilhelmus en na de viering is er Hollandse koffie. Hier spreken we erover dat we bij elkaar horen; dat we thuis zijn in de gemeenschap die Nederland is; over de Vrienden van de Friezenkerk. Hier zoeken wij eveneens naar het, boven alle verschillen tussen culturen en godsdiensten, thuis zijn bij God. Die, tegen alle verdeeldheid en kwaad in, trouw blijft en ons blijft samenbrengen in liefde.  

Om dit kerkgebouw nu tot leven te brengen geef ik graag het woord aan de eerwaarde heer diaken Kees van Duin. Later zal ik drie parels van deze kerk kort aanwijzen.

Koning, Koningin, de drie parels. Als eerst vraag ik u hier plaats te nemen en uw blik op te richten naar de hemel. Door het raam ziet u onze toren die een van de twee oudsten is van Rome, stammend uit de twaalfde eeuw.

Koning, koningin, nu vraag ik u even te gaan kijken naar een geloofsmuur gebouwd in het jaar 2000 met oude Friese kloostermoppen. Pelgrims hebben die oude stenen mee naar Rome gebracht om de eeuwenoude band zichtbaar te bevestigen.  

Als laatste, koning en koningin, vraag ik u dit keer niet naar de hemel te kijken, maar naar de kelders onder onze kerk. Muren van de oude kerk en resten van de Scola, de beschermde plaats, waar de pelgrims van rond 800, een veilig verblijf hadden.  
Graag zeg ik, namens ons allen, nu uw bezoek, koning en koningin, ten einde loopt u hartelijk danken voor uw bezoek. Wij leven in den vreemde, zijn altijd blij landgenoten te treffen, dat u beiden, Majesteiten, ons hebt willen bezoeken is bijzonder eervol, maar vooral ook een bevestiging van ons pionierswerk, namelijk thuis te zijn in heel de wereld. Veel dank!

Afdrukken E-mail